ECLI:NL:HR:2004:AQ6968
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- J.C. van Oven
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- P. Neleman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt vonnis over waardebepaling onteigende gronden bij ontgrondingsproject
De provincie Limburg vorderde vervroegde onteigening van zestien percelen voor een ontgrondingsproject. De Rechtbank Roermond stelde de schadeloosstelling vast op €688.123,25, gebaseerd op een exploitatiebegroting van deskundigen die uitging van historische aankoopkosten. De provincie stelde dat deze begroting onjuist was en presenteerde een alternatieve begroting gebaseerd op actuele marktwaarden.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank onvoldoende aandacht had besteed aan de fundamentele kritiek van de provincie op de exploitatiebegroting. Ook werd geoordeeld dat de rechtbank ten onrechte was voorbijgegaan aan een bezwaar over de kostenraming van winning van zand en grind. Daarnaast werd bevestigd dat bij waardebepaling rekening moet worden gehouden met meerwaarde van bodemstoffen, en dat een verdeling van winst bij winning van bodemstoffen bij helfte billijk is.
Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing. De Hoge Raad veroordeelde de verweerder in de kosten van het cassatieberoep.
Uitkomst: Het vonnis van de Rechtbank Roermond wordt vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof voor verdere behandeling.