ECLI:NL:PHR:2013:CA0873
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid 150 km-grens in 30%-regeling voor extraterritoriale kosten
Deze zaak betreft een proefprocedure over de wijziging van de 30%-regeling per 1 januari 2012, waarbij een 150 kilometer afstandscriterium is ingevoerd voor de toepassing van de forfaitaire vergoeding van extraterritoriale kosten. Belanghebbende, woonachtig binnen 150 km van de Nederlandse grens, werd de toepassing van de regeling geweigerd. Hij stelde dat deze grens in strijd is met het EU-non-discriminatiebeginsel en internationale mensenrechtenverdragen.
De Rechtbank Breda verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende cassatie instelde bij de Hoge Raad. De advocaat-generaal concludeerde dat de 150 km-grens niet leidt tot verdragsrechtelijke discriminatie of een belemmering van het vrije verkeer van werknemers. De grens is gebaseerd op de redelijke veronderstelling dat werknemers die dichter bij Nederland wonen minder extraterritoriale kosten maken, bijvoorbeeld doordat zij kunnen forenzen.
Hoewel het criterium arbitrair kan lijken en in sommige gevallen tot ongelijke behandeling kan leiden, is het niet disproportioneel of onredelijk in juridische zin. De regeling is niet in strijd met het EU-recht, het IVBPR of het EVRM. Werknemers binnen de 150 km-regio worden niet ongunstiger behandeld dan ingezetenen, aangezien zij hun werkelijke extraterritoriale kosten onbelast kunnen laten vergoeden. De Hoge Raad sluit zich aan bij deze conclusie en verklaart het cassatieberoep ongegrond.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de 150 km-grens in de 30%-regeling.