ECLI:NL:RBARN:2008:BC7714
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.M.F. Geerling
- A.J.H. van Suilen
- M.C.G.J. van Well
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke beoordeling navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en bewijslastomkering
In deze bestuursrechtelijke procedure staat de rechtmatigheid van navorderingsaanslagen inkomstenbelasting over de jaren 1997 tot en met 2000 centraal. De inspecteur legde navorderingsaanslagen op naar aanleiding van vermoedens van onjuiste aangiften en belastingfraude, mede gebaseerd op een strafrechtelijk onderzoek en een proces-verbaal waarin diverse voordelen en giften aan eiser werden vastgesteld.
Eiser betwist de hoogte van de navorderingsaanslagen en de toepassing van omkering van de bewijslast. De rechtbank oordeelt dat hoewel eiser onjuiste aangiften heeft gedaan, de bewijslast niet automatisch wordt omgekeerd omdat het verzwegen inkomen niet in alle jaren een aanzienlijk deel van het aangegeven inkomen betreft. De rechtbank beoordeelt per jaar de correcties en stelt vast dat de inspecteur voldoende bewijs heeft geleverd voor de navorderingsaanslagen over 1997 en 1998, maar niet voor 1999 en 2000.
De navorderingsaanslagen over 1999 en 2000 worden daarom verminderd, waarbij onder meer correcties op het voordeel uit bouwactiviteiten, contante betalingen, reizen en werkzaamheden worden aangepast. De rechtbank veroordeelt de Staat tot vergoeding van proceskosten aan eiser en wijst op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem.
Uitkomst: Het beroep tegen navorderingsaanslagen 1997 en 1998 wordt ongegrond verklaard en tegen 1999 en 2000 gegrond met vermindering van de aanslagen.