ECLI:NL:PHR:2013:CA3302
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling witwassen van eigen misdrijf vereist meer dan enkel verwerven en voorhanden hebben
In deze zaak werd de verdachte veroordeeld door het Gerechtshof te 's-Gravenhage wegens overtredingen van de Opiumwet, handel in verdovende middelen en witwassen van uit eigen misdrijf verkregen geldbedragen. De verdachte had bij zijn aanhouding en in zijn woning aanzienlijke geldbedragen in kleine coupures bij zich, waarvan het hof aannam dat deze afkomstig waren uit drugshandel.
De verdediging stelde dat het enkele voorhanden hebben van deze geldbedragen niet voldoende is voor een veroordeling wegens witwassen, omdat niet is vastgesteld dat het voorhanden hebben heeft bijgedragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst. De Hoge Raad herhaalt in dit arrest de relevante jurisprudentie en benadrukt dat ook bij het verwerven van voorwerpen uit eigen misdrijf dezelfde motiveringseisen gelden als bij het voorhanden hebben. Er moet sprake zijn van een gedraging die gericht is op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst.
Het hof had geoordeeld dat de verklaringen van de verdachte over de herkomst van het geld niet aannemelijk waren en dat het verborgen houden van geld op verschillende plaatsen in de woning niet kon worden verklaard door een gebrek aan vertrouwen in banken. Op basis hiervan achtte het hof bewezen dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan witwassen. De Hoge Raad oordeelt dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd en voldoende heeft gemotiveerd dat het gedrag van de verdachte gericht was op het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van het geld. Het middel van cassatie faalt en het beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het hof heeft terecht geoordeeld dat het gedrag van de verdachte gericht was op het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van het geld.