ECLI:NL:PHR:2014:1739
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Internationale bevoegdheid Nederlandse rechter bij vervangende toestemming paspoort minderjarige
De zaak betreft een verzoek van een vader om vervangende toestemming voor het aanvragen van een paspoort voor zijn minderjarige kind, dat zijn gewone verblijfplaats heeft in de Dominicaanse Republiek. De Nederlandse rechtbank en het hof oordeelden dat de Nederlandse rechter internationaal niet bevoegd is, omdat onvoldoende aanknopingspunten met de Nederlandse rechtssfeer bestaan en de procedure in het buitenland mogelijk is.
De Hoge Raad stelt vast dat het commune internationaal bevoegdheidsrecht onjuist is toegepast, omdat het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 van toepassing is. Dit verdrag regelt de internationale bevoegdheid bij ouderlijke verantwoordelijkheid en beschermingsmaatregelen voor kinderen. Volgens het verdrag is de rechter van de staat waar het kind zijn gewone verblijfplaats heeft bevoegd, tenzij uitzonderlijke omstandigheden het belang van het kind anders vereisen.
De Hoge Raad bevestigt dat de Nederlandse rechter in deze zaak niet bevoegd is, omdat het kind in de Dominicaanse Republiek woont en geen bijzondere verbondenheid met Nederland heeft. Ook is niet aannemelijk dat toegang tot de buitenlandse rechter onmogelijk is. Het verzoek tot vervangende toestemming valt onder ouderlijke verantwoordelijkheid en is daarmee materieel toepasselijk onder het verdrag. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de Nederlandse rechter internationaal onbevoegd is om het verzoek tot vervangende toestemming voor het paspoort van de minderjarige te behandelen.