Conclusie
1.Feiten
2.Procesverloop
diegrond aan de uitkomsten van het rapport van [betrokkene 1] kan worden gehouden. Anderzijds is het, gezien de wijze van totstandkoming van het rapport, echter ook niet zo dat het rapport slechts een vrijblijvend advies was dat [eiser] naast zich neer zou kunnen leggen op de enkele grond dat hij het er niet mee eens is. Partijen zijn immers na langdurige discussie overeengekomen om [betrokkene 1] als gezamenlijk adviseur in te schakelen nadat het niet was gelukt onderling tot overeenstemming te komen over de vaststelling van het verlies aan verdienvermogen van [eiser]. Dat hebben zij gedaan op grond van de door beide partijen bij [betrokkene 1] aanwezig geachte deskundigheid op dit gebied. [eiser] heeft een zeer aanzienlijke invloed gehad op de stukken waarop [betrokkene 1] zich heeft gebaseerd en er is ook voldaan aan de voorwaarde die [eiser] had gesteld, dat hij tenminste éénmaal in een gesprek de door hem verstrekte gegevens wilde toelichten. [betrokkene 1] heeft aan partijen een gedetailleerd plan van aanpak voorgelegd, waarbij hij eerst een concept rapport zou produceren waarop partijen konden reageren alvorens hij een eindrapport zou opstellen. Zijn rapport is zeer uitvoerig en daarin zijn alle mogelijke aspecten die bij de berekening van het verlies aan verdienvermogen een rol spelen, meegewogen. Achmea is bereid geweest de behoorlijke kosten van het onderzoek voor haar rekening te nemen. Al kan niet gezegd worden dat de bedoeling was dat dit rapport het laatste woord in de discussie tussen partijen zou zijn, het was naar het oordeel van het hof zonder meer wel de bedoeling dat dit rapport de overeenstemming tussen partijen een heel stuk dichterbij zou brengen. Dit blijkt ook uit de zorgvuldige voorbereiding door partijen voordat zij de opdracht aan [betrokkene 1] gaven; het rapport was niet slechts een inventarisatie of een oriënterende verkenning. Naar het oordeel van het hof was het dus voor partijen nog wel mogelijk bezwaar te maken tegen (onderdelen van) het rapport, maar dat alleen op grond van een stevige onderbouwing van die bezwaren.
3.Inleiding
gehoudenwas om andere keuzes te maken.
4.De kern van ’s Hofs gedachtegang
5.Bespreking van de middelen
vanaf 1 januari 2004. Daarmee heeft [eiser] het debat in hoger beroep aangaande de wettelijke rente zelf aangezwengeld. Het stond het Hof dan ook vrij om op dit punt van de beslissing van de Rechtbank af te wijken.
onderdeel 2.2ziet op de periode vóór 1 januari 2004 loopt het op dezelfde klip stuk. Daarmee resteert slechts de periode tussen 1 januari 2004 en 1 januari 2005.
beide partijenom advies gevraagde deskundige, terwijl de zaak zich overigens kenmerkt door een reeks bijzondere omstandigheden als hiervoor vermeld onder 5.9. Bovendien heeft het Hof zijn oren allerminst laten hangen naar de bevindingen van [betrokkene 1]. Het is uitzonderlijk uitvoerig en gedetailleerd ingegaan op talloze bezwaren van [eiser].
onaanvaardbaarzou zijn. [27] Anders dan het onderdeel wil doen geloven, heeft het Hof die (onaanvaardbaarheids-)maatstaf niet toegepast.
onderdelen 3.3en
3.4lenen zich voor gezamenlijke behandeling
. Onderdeel 3.3klaagt dat [eiser], in strijd met het fundamentele rechtsbeginsel van de equality of arms, een aan Achmea gelijkwaardige processuele (uitgangs)positie is onthouden doordat het Hof de rapporten van [betrokkene 1] en Laumen - dus: het standpunt van Achmea - als uitgangspunt voor de schadeberekening heeft genomen hoewel hij reeds in eerste aanleg zijn schade gemotiveerd heeft gesteld onderbouwd én doordat het Hof vervolgens zijn (gedetailleerde en gemotiveerde) bezwaar slechts marginaal heeft getoetst via de ‘redelijkheidstoets’ van de deskundigen Boers en Dubbers.
in dit opzichtzou zijn gelegen en nog minder waar het nauwelijks verhulde verwijt van partijdigheid van het Hof op berust. De enkele omstandigheid dat het Hof een deel van de bezwaren van [eiser] niet onderschrijft, heeft met ongelijkheid niets van doen.
standpunt van Achmeaals uitgangspunt heeft genomen. Het Hof heeft
het rapport van de door partijen gezamenlijk benaderde [betrokkene 1]tot uitgangspunt voor zijn beoordeling genomen. Bij de totstandkoming van dat rapport zijn beide partijen uitgebreid betrokken. Achmea heeft zich verenigd met zijn bevindingen, terwijl [eiser] daartegen (telkens opnieuw) omvangrijke bezwaren heeft aangevoerd. Maar dat betekent nog niet dat het Hof zich aansluit bij de bevindingen van Achmea.
continueringvan de benoeming van Boers werd beoogd; als gevolg van zijn pensionering was Boers evenwel niet beschikbaar was; Boers stelde benoeming van zijn (oud) kantoorgenoot Dubbers voo. De stelling dat Dubbers partijdig was omdat hij niet van het werk van zijn (oud) kantoorgenoot Boers kon afwijken, is door het Hof verworpen met de motivering dat niet om een nieuw deskundigenbericht of een beoordeling van het eerdere deskundigenbericht van Boers is verzocht, maar om een
verduidelijkingdaarvan. Tegen deze overwegingen zijn in cassatie geen klachten gericht.
woning:Het verschil in huurwaardeforfait wordt veroorzaakt door het feit dat [eiser] feitelijk zijn kantoorpand inbrengt in zijn onderneming. Laumen en [betrokkene 1] gaan uit van een voortgezette BV-situatie. Die methodiek heeft de deskundige als niet onredelijk beoordeeld.
inkomen uit eenmanszaak:de deskundige acht het niet onredelijk dat [betrokkene 1] en Laumen als uitgangspunt hebben genomen de gegevens t/m 2000, en voor de jaren daarna zijn uitgegaan van hypotheses op basis van deze gegevens.”
Afschrijvingenoverwoog het Hof vervolgens dat de conclusie van de deskundige, dat de benadering van [betrokkene 1] op dit punt redelijk is, op de door de deskundige genoemde gronden wordt overgenomen. Dat oordeel is in rov. 13.5.4 herhaald met betrekking tot de berekening van Laumen. Een en ander behoefde in het licht van de m.i. weinig heldere bezwaren van [eiser] en de inhoud van het rapport van Dubbers geen nadere toelichting; in elk geval is ’s Hofs oordeel niet onbegrijpelijk.