Conclusie
“opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod”veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes weken.
[betrokkene 1].
van een huurder van een woning, behoudens aanwijzingen voor het tegendeel, mag worden verwacht dat hij op de hoogte is van hetgeen zich in zijn woning bevindt”. Gelet op de formulering betreft het hier geen “algemene ervaringsregel” (die van feitelijke aard is), maar een zorgvuldigheidsnorm c.q. een uitgangspunt van normatieve aard.
ervaringsregel, maar een zorgvuldigheidsnorm. Doch ook bij een verbeterde lezing van deze norm, door ‘conversie’ ervan in een algemene ervaringsregel, doemen bewijsproblemen op. Immers, voor de bewezenverklaring van het vermeende opzet op het aanwezig hebben van hennep is vereist dat zowel het kenniselement als het wilselement worden bewezen.