ECLI:NL:HR:2010:BN8363
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. Savornin Lohman
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende motivering opzet medeplichtigheid hennepteelt
De verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld voor medeplichtigheid aan het telen, bereiden, bewerken en verwerken van hennep in een gehuurd pand te Rotterdam. Het hof baseerde zijn bewezenverklaring op politieprocessen-verbaal, getuigenverklaringen en de huurovereenkomst. De verdachte had met een vals identiteitsbewijs het pand gehuurd en werd verweten dat zij de aanmerkelijke kans aanvaardde dat in het pand hennep geteeld werd, waarmee zij volgens het hof voorwaardelijk opzet had.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de bewezenverklaring en motivering van het hof onvoldoende waren om het opzet van de verdachte op medeplichtigheid aan de hennepteelt te onderbouwen. De motivering ontbrak aan de eis der wet en kon niet worden afgeleid uit de bewijsmiddelen en de nadere overwegingen.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor een nieuwe berechting en beslissing op het bestaande hoger beroep. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 16 november 2010.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.