Conclusie
eerste middelziet toe op het bewezenverklaarde feit 1 en klaagt erover dat het Hof ten onrechte niet heeft gerespondeerd op een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt van de verdediging, zodat de bewezenverklaring onvoldoende met redenen is omkleed.
13.Het eerste middelfaalt.
tweede middelziet toe op het bewezenverklaarde feit 2. Geklaagd wordt dat het Hof ten onrechte heeft geconcludeerd dat verdachte een valse hoedanigheid heeft aangenomen door zich voor te doen als bonafide verkoper, nu het Hof (tegelijkertijd) heeft vastgesteld dat verdachte door zich te bedienen van een iets afwijkende naam en verschillende e-mailadressen de kopers niet heeft willen bewegen tot afgifte van geld, maar enkel de mogelijkheid tot verhaal wilde bemoeilijken/onmogelijk maken. Vervolgens wordt nog gesteld dat het Hof ‘’ten onrechte heeft overwogen dat het opzettelijk aannemen van de valse hoedanigheid van bonafide verkoper en het opzettelijk hanteren van foutieve namen en verschillende e-mailadressen in zijn geheel valt aan te merken als oplichting in de zin van artikel 326 Sr Pro. zodat dit oordeel van een onjuiste rechtsopvatting getuigt, althans heeft het hof de bewezenverklaring en/of kwalificatiebeslissing onvoldoende met redenen omkleed.’’
26.Het tweede middelfaalt.
bij de Hoge Raad der Nederlanden