Conclusie
middelklaagt over de afwijzing door het hof van het verzoek tot het horen van een getuige-deskundige.
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte is door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor meerdere diefstallen en deelname aan een criminele organisatie, met een gevangenisstraf van vijf jaar. In hoger beroep heeft de verdediging verzocht om het horen van een deskundige op het gebied van stemvergelijking, met name prof. Broeders, om de validiteit en betrouwbaarheid van de gebruikte stemherkenningsmethode te onderzoeken. Dit verzoek werd door het hof afgewezen omdat volgens het hof geen sprake is van een specifieke methode, maar van herkenning door verbalisanten die dezelfde taplijnen beluisteren.
De verdediging heeft dit besluit aangevochten in cassatie, stellende dat het verzoek tot deskundigenonderzoek noodzakelijk was om de bewijswaarde van de stemherkenningen te toetsen. De Hoge Raad overweegt dat de uitleg van het verzoek aan de feitenrechter is voorbehouden en dat het hof de juiste maatstaf heeft gehanteerd bij de afwijzing van het verzoek. Daarnaast is onvoldoende toegelicht waarom niet eerder over het verzoek is geklaagd en welk belang de verdachte heeft bij vernietiging van het arrest.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat bij stemherkenning geen speciale deskundigheid vereist is en dat de betrouwbaarheidseisen voor deskundigenbewijs niet gelden. Gezien deze overwegingen is de beslissing van het hof begrijpelijk en faalt het middel. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot het horen van een deskundige op het gebied van stemherkenning wordt afgewezen.