Conclusie
[verdachte]
Beoordeling van de ontvankelijkheid van het namens de verdachte ingestelde beroep
Bewezenverklaring en bewijsvoering
eerste middelklaagt over de afwijzing door het Hof van een verzoek van de verdediging tot het horen van alle in de appelschriftuur genoemde getuigen, die allen woonachtig zijn in Bangladesh.
tweede middelklaagt dat de verdediging niet in enig stadium de gelegenheid heeft gehad de kinderen te ondervragen
derde middelklaagt dat het Hof in strijd met art. 359, tweede lid, Sv heeft verzuimd in het bijzonder de redenen op te geven waarom het is afgeweken van het door de verdediging naar voren gebrachte uitdrukkelijk onderbouwde standpunt met betrekking tot de betrouwbaarheid van de getuigen en een deskundigenrapport hieromtrent.
vierde middelklaagt over de verwerping van het verweer dat er sprake is van een vormverzuim in de zin van art. 359a Sv, nu aan de niet-aangehouden verdachte niet de gelegenheid is geboden om voorafgaand aan het eerste verhoor door de politie een advocaat te raadplegen.
vijfde middelvalt uiteen in een tweetal bewijsklachten. Volgens de eerste klacht kan uit de gebezigde bewijsmiddelen niet worden opgemaakt dat de verdachte naakt tegen de in de bewezenverklaring genoemde Bengalese minderjarige jongens heeft gelegen. De tweede klacht is gericht op de bewezenverklaarde periode waarin de ontucht heeft plaatsgevonden.
bij de Hoge Raad der Nederlanden