“Verdachte is in 2000 vanuit Nederland naar Bangladesh vertrokken met de bedoeling zich in te gaan zetten voor straatkinderen. Daarna is de stichting [A] opgericht ter ondersteuning van verdachte. Het doel van de stichting was het financieel ondersteunen van de opvang en verzorging van gehandicapte en weeskinderen in Bangladesh. Aanvankelijk heeft verdachte één opvangtehuis gesticht in Savar, een dorp aan de rand van de hoofdstad Dhaka. Na een aantal jaren is het aantal opvangtehuizen in Savar uitgebreid naar vijf. Verdachte had de algemene leiding over het project en de tehuizen. Verdachte heeft ter zitting in hoger beroep aangegeven dat hij degene was die het personeel aannam of ontsloeg, dat hij degene was die uiteindelijk besliste over de opneming of het vertrek van een kind in de opvangtehuizen en dat hij verantwoordelijk was voor het beleid in de tehuizen.
Omstreeks 2003 ontstonden er in Bangladesh serieuze geruchten dat verdachte betrokken zou zijn bij seksueel misbruik van kinderen in de opvangtehuizen. Een in Savar werkzame Nederlandse theoloog (ook wel genoemd "dominee") heeft in december 2003 een leidinggevende en een jongen van één van de tehuizen van verdachte gesproken. Tijdens dat gesprek is aan hem de vraag gesteld of Nederlandse christenen seks met kinderen hebben. Verder kwam tijdens dat gesprek naar voren dat verdachte met verschillende kinderen seks had gehad. Uiteindelijk is verdachte door de dominee aangesproken op de geruchten. Verdachte ontkende toen kinderen seksueel te hebben misbruikt. Teneinde de geruchten van seksueel misbruik in de tehuizen de kop in te drukken en om maatschappelijke onrust onder de lokale bevolking te voorkomen, is er door een leidinggevende van één van de tehuizen geld aan een lokale 'commissioner', een soort wethouder, betaald. Enige tijd daarna heeft verdachte nog aan de dominee en zijn vrouw gevraagd: "Willen jullie voor mij bidden, want ik heb moeite met mijn seksuele gevoelens".
Omstreeks mei 2005 ontstonden er wederom geruchten over seksueel misbruik van kinderen door verdachte. Een aantal kinderen en leidinggevenden van de tehuizen vertelde aan een vrijwilligster die in één van de tehuizen van verdachte werkzaam was dat verdachte kinderen zou misbruiken. Deze vrijwilligster, [betrokkene 1], kreeg ook dergelijke signalen van andere kinderen en een andere vrijwilligster. Verdachte ontkende ook dit keer kinderen seksueel te hebben misbruikt. Uiteindelijk heeft deze vrouw het bestuur van de stichting [A] van de geruchten en haar bevindingen op de hoogte gebracht.
Vervolgens heeft zij op verzoek van het bestuur samen met de eveneens in Bangladesh werkzame [betrokkene 2] (alias [betrokkene 2]) ter plaatse een onderzoek ingesteld. Tijdens dit onderzoek hebben zij met verschillende kinderen gesprekken gevoerd over het vermeende seksueel misbruik door verdachte. Van de gesprekken hebben zij een verslag opgemaakt dat per e-mail aan het bestuur van de stichting is gestuurd.
In dit verslag staat in ieder geval dat verdachte met een aantal Bengalese minderjarige kinderen ontuchtige handelingen heeft gepleegd. [slachtoffer 1], 10 jaar, heeft verklaard dat [verdachte] (verdachte) naakt was, de penis van de jongen in zijn mond deed en er een poos op zoog. [slachtoffer 2], 14 jaar, heeft verklaard dat er een slechte naaktfilm werd getoond en dat [verdachte] zijn penis in de mond nam en er op zoog. [slachtoffer 3], 14 jaar, heeft verklaard dat [verdachte] zijn penis in de mond nam en dat hij een zaaduitstorting had. Volgens [slachtoffer 3] gebeurde dit 15 of 16 keer, terwijl er op de televisie een seksfilm speelde. [slachtoffer 4] heeft verklaard dat [verdachte] 5 of 6 keer gedurende 5 tot 10 minuten zijn penis in de mond nam en dat hij twee of drie keer een zaaduitstorting had. [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] protesteerden, maar dat maakte niets uit. Verdachte zei dan dat ze weg moesten uit het tehuis als ze het niet deden.
Naar aanleiding van de bevindingen in het verslag heeft de stichting verdachte teruggeroepen naar Nederland. Nadat verdachte in Nederland was teruggekomen, heeft hij op 16 augustus 2005 gedurende ongeveer anderhalf uur een indringend gesprek gehad met [betrokkene 3], één van de bestuursleden van de stichting [A]. [betrokkene 3] heeft toen samen met verdachte voornoemd verslag van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] besproken. [betrokkene 3] heeft daarvan dezelfde dag verslag gedaan aan zijn medebestuursleden en [betrokkene 1]. Volgens dat verslag heeft verdachte in ieder geval toegegeven dat hij naakt bij [slachtoffer 1] heeft gelegen met misschien wel zijn stijve penis tegen hem aan en dat hij de penis van [slachtoffer 1] in de mond heeft genomen. Over de verklaring van [slachtoffer 2] heeft verdachte volgens [betrokkene 3] gezegd dat dit kan kloppen. Ook het verhaal van het door hem veelvuldig in de mond nemen van de penis van [slachtoffer 3] zou kloppen. Hetzelfde geldt voor het verhaal van [slachtoffer 4].
Daarnaast heeft verdachte vanaf het moment dat hij teruggekeerd was naar Nederland tegenover een aantal mensen, waaronder een aantal bestuursleden van de stichting, in diverse bewoordingen verklaard seksuele handelingen met jongens uit zijn tehuizen te hebben verricht, bestaande uit onder andere orale seks met die jongens.
Op 7 augustus 2005 heeft de toenmalige voorzitter van de stichting [A], [betrokkene 4], een gesprek gehad met verdachte, waarin hij verdachte vertelde waarom hij naar Nederland was teruggeroepen. Verdachte liet in dat gesprek doorschemeren dat er zaken waren gebeurd die vraagtekens zouden kunnen oproepen. Zo had hij jongens naar pornofilms laten kijken, had hij jongens gestreeld en was er orale seks.
Op 15 augustus 2005 heeft verdachte tegenover bestuurslid [betrokkene 5] aangegeven dat hij homoseksueel is en dat hij van diverse kinderen de piemel in de mond had genomen. Op 12 augustus 2005 heeft er een bestuursvergadering van de stichting [A] plaatsgevonden. Op enig moment tijdens die vergadering heeft de voorzitter van de stichting samen met verdachte, buiten aanwezigheid van de andere bestuursleden, het verslag van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] besproken. Verdachte gaf aan dat hij kinderen had gestreeld en ook orale seks met kinderen had gehad.
Kort na de vergadering heeft verdachte een gesprek gehad met bestuurslid [betrokkene 6]. Tijdens dat gesprek heeft verdachte desgevraagd bevestigd dat hij de penis van een jongen in zijn mond heeft gehad.
Op 19 augustus 2005 is [betrokkene 5] op verzoek van verdachte meegegaan naar het politiebureau, omdat verdachte zich wilde aangeven. Verdachte heeft toen tegenover verbalisant [verbalisant] verklaard dat hij met ongeveer vijf à zes jongens in de leeftijd van acht tot zeventien jaar, die in één van zijn tehuizen verbleven, ontuchtige handelingen had gepleegd. De ontuchtige handelingen zouden hebben bestaan uit het betasten en pijpen van de kinderen.
Op 24 augustus 2005 heeft verdachte tijdens een gesprek met [betrokkene 7], een voormalig vrijwilligster bij het project van verdachte, gezegd dat hij de jongens heeft aangeraakt.
Het hof is van oordeel dat op basis van het bovenstaande bewezen is dat verdachte zich op zijn minst schuldig heeft gemaakt aan het plegen van ontucht met vier met name genoemde aan zijn zorg toevertrouwde minderjarigen, zoals onder 3 primair ten laste gelegd.
De leeftijd van de kinderen, in het bijzonder van [slachtoffer 4]
Uit het verslag van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] blijkt niet de leeftijd van [slachtoffer 4] en ook niet de exacte leeftijd van de andere kinderen. [betrokkene 2] heeft echter bij de politie verklaard dat zij 15 kinderen hebben geïnterviewd. Het jongste kind was acht jaar en het oudste kind zestien jaar. Mede gelet op de voormelde verklaring van verdachte tegenover verbalisant [verbalisant] op 19 augustus 2005, leidt het hof hieruit af dat alle in de bewezenverklaring opgenomen kinderen, waar onder ook [slachtoffer 4], minderjarig waren op het moment van het plegen van de ontuchtige handelingen door verdachte.”