ECLI:NL:PHR:2014:2743
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor onrechtmatig voeren van de titel accountant ondanks verweer over gebruik Engelse term accounting
Verdachte, vennoot van een administratiekantoor dat de handelsnaam [A] voerde, werd door het hof veroordeeld voor het onrechtmatig voeren van de titel accountant in strijd met artikel 41, eerste lid, van de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten. Het hof stelde vast dat verdachte zonder inschrijving in het accountantsregister zich zodanig had gedragen dat bij het publiek de indruk werd gewekt dat hij gerechtigd was de titel accountant te voeren.
Verdachte voerde verweer dat het gebruik van de Engelse term 'accounting' slechts verwees naar boekhouden en geen verwarring mocht scheppen, mede omdat zijn clientèle vooral uit deskundige zakelijke klanten bestond. Dit verweer werd door het hof verworpen omdat de term 'accounting' dermate overeenkomt met 'accountant' dat redelijkerwijs de indruk wordt gewekt van bevoegdheid tot het voeren van die titel.
In cassatie stelde verdachte onder meer dat zijn rechten op grond van het EVRM waren geschonden en dat de strafoplegging onvoldoende gemotiveerd was. De Hoge Raad verwierp deze middelen, oordeelde dat het hof voldoende gemotiveerd had en dat de opgelegde geldboete passend was gelet op de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Cassatieberoep verworpen; geldboete van €1000 opgelegd wegens onrechtmatig voeren van de titel accountant.