ECLI:NL:HR:2008:BC7961
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt onjuiste schatting wederrechtelijk verkregen voordeel in cassatiezaak
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin aan betrokkene een bedrag van € 47.978,18 werd opgelegd als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Het hof had het voordeel geschat op fl. 109.000 (ongeveer € 49.462,04) op basis van diverse bewijsmiddelen, waaronder verklaringen, tapgesprekken en een financieel rapport.
Betrokkene voerde aan dat hij geen daadwerkelijk voordeel had genoten omdat de toegezegde betalingen nooit waren uitbetaald en de betrokkene 1, aan wie het geld was toegezegd, was overleden. Het hof oordeelde dat de toezeggingen voldoende waren om te concluderen dat betrokkene voordeel had genoten, zonder nader onderzoek naar de vermogenspositie van betrokkene 1.
De Hoge Raad stelt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd door de enkele toezegging van gelden als daadwerkelijk voordeel te beschouwen en dat de motivering ontoereikend is. Gelet op het reparatoire karakter van de maatregel moet het voordeel worden bepaald naar het daadwerkelijk behaalde voordeel in de concrete omstandigheden. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest wegens onvoldoende motivering en onjuiste rechtsopvatting over het begrip wederrechtelijk verkregen voordeel en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.