ECLI:NL:PHR:2014:290
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Stilzwijgende zuivere aanvaarding van nalatenschap door verweer in procedure
In deze zaak stond centraal of eiser, samen met zijn moeder en zuster, de nalatenschap van hun overleden vader stilzwijgend zuiver had aanvaard door in een procedure tegen VGZ Zorgkantoor verzet aan te tekenen tegen een verstekvonnis en inhoudelijk verweer te voeren, terwijl zij later bij akte de nalatenschap hadden verworpen.
VGZ had voorschotten verstrekt in het kader van een persoonsgebonden budget (PGB) aan de vader, waarvan een deel na diens overlijden was betaald. Omdat onvoldoende verantwoording was afgelegd, vorderde VGZ terugbetaling van het bedrag. De rechtbank en het hof oordeelden dat de erfgenamen de nalatenschap hadden aanvaard en veroordeelden hen tot betaling naar rato van hun erfdeel.
De Hoge Raad overwoog dat zuivere aanvaarding ook stilzwijgend kan geschieden door gedragingen waarbij de erfgenaam zich ondubbelzinnig en zonder voorbehoud gedraagt als zuiver aanvaardende erfgenaam. Het voeren van inhoudelijk verweer in rechte, gericht op het behouden van de beschikking over de nalatenschap, kan als zodanige gedraging worden aangemerkt. De latere verwerping bij akte was daardoor zonder betekenis. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het voeren van verweer in rechte door erfgenamen stilzwijgende zuivere aanvaarding van de nalatenschap inhoudt, waardoor een latere verwerping geen betekenis heeft.