“De voorzitter deelt mede dat voorafgaande aan de zitting is komen vast te staan dat mr. M.G. Doornbos niet meer optreedt als raadsman van de verdachte, ondanks het feit dat hij was toegevoegd.
De verdachte deelt mede dat mr. Doornbos niet meer zijn raadsman is. Dit heeft te maken met het feit dat mr. Doornbos nog drie zaken van hem in behandeling had, waarover zij een meningsverschil hebben gehad en waardoor de zaak met hem is geëscaleerd. De verdachte deelt mede dat hij in hoger beroep wil worden bijgestaan door een advocaat.
De voorzitter deelt mede dat de verdachte recht heeft op een raadsman en dat in hoger beroep ambtshalve een raadsman dient te worden toegevoegd aan de verdachte, nu hij in voorlopige hechtenis heeft gezeten en hij geen gekozen raadsman heeft.
De voorzitter vraagt aan de verdachte wat hij wil, de zaak heden inhoudelijk behandelen of de behandeling van de zaak aanhouden tot een nader te bepalen terechtzitting voor het vinden van een raadsman.
De verdachte vraagt hoe hij aan een raadsman kan komen.
De jongste raadsheer deelt mede dat de verdachte recht heeft op een raadsman en als die niet door verdachte zelf wordt gevonden, het hof dan ambtshalve een raadsman kan toevoegen die de verdachte zal bijstaan. Voorts deelt zij mede dat de verdachte ook de mogelijkheid heeft om afstand te doen van een raadsman, zodat de zaak heden behandeld kan worden.
De verdachte deelt mede dat hij heel actief bezig is geweest met het zoeken naar een raadsman, waarbij hij zelfs de deken in Groningen heeft benaderd. Daar stond hij echter binnen twee minuten weer buiten. Volgens de verdachte vinden de advocaten die hij heeft benaderd zijn strafzaak te complex.
De voorzitter onderbreekt het onderzoek voor vijf minuten, teneinde de verdachte bedenktijd te geven op de vraag of hij zich wel of niet in hoger beroep wil laten bijstaan door een raadsman.
Na onderbreking hervat de voorzitter het onderzoek.
De verdachte deelt mede dat hij afstand doet van een raadsman en dat met de behandeling van zijn zaak kan worden voortgegaan.
De voorzitter deelt daarop aan de verdachte mede dat hij dan niet in een later stadium van de behandeling van de zaak nog het verzoek kan doen om zich te laten bijstaan door een raadsman.
De verdachte deelt mede dat dit een dilemma voor hem kan worden. Hij antwoordt op de vraag van de jongste raadsheer dat hij in deze zaak al zeven advocaten heeft gehad.
De jongste raadsheer houdt de verdachte voor dat het voor een raadsman een mogelijk minder complexe zaak is, nu die - anders dan de verdachte - het accent meer legt op de ten laste gelegde feiten in plaats van op de algehele context. De jongste raadsheer vraagt aan de verdachte of misschien toch een reden voor hem kan zijn om zelf anders naar de zaak te kijken en de verdediging alsnog over te laten aan een raadsman.
De verdachte deelt mede dat hij afstand doet van een raadsman en dat de zaak nu inhoudelijk kan worden behandeld.”