ECLI:NL:HR:2012:BU7644
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing aanhoudingsverzoek en voortzetting proces zonder nieuwe advocaat
In deze strafzaak werd de verdachte verdacht van betrokkenheid bij een doodslag en wapenbezit. Tijdens het hoger beroep speelde een langdurig en moeizaam procesverloop, waarbij de verdediging meerdere verzoeken tot onderzoek en uitstel deed. De raadsvrouwe van de verdachte legde de verdediging neer wegens onvoldoende voorbereidingstijd, waarna het hof de zaak voortzette zonder nieuwe advocaat en het verzoek tot aanhouding afwees.
De verdachte betoogde dat hierdoor zijn recht op een eerlijk proces en adequate rechtsbijstand was geschonden, met name op grond van artikel 6 EVRM Pro. De Hoge Raad oordeelde dat het hof het belang van een voortvarende behandeling mocht laten prevaleren en dat de afwijzing van het aanhoudingsverzoek voldoende was gemotiveerd. Ook was het hof niet onjuist in de opvatting dat de toegevoegde raadsvrouwe nog steeds als verdediger gold, zodat de verdachte niet zonder rechtsbijstand zat.
De Hoge Raad verwierp het middel en stelde vast dat geen sprake was van schending van artikel 6, derde lid onder b en c, EVRM. De zaak werd verwezen naar de rolzitting voor verdere behandeling. Het arrest bevestigt de grenzen van het recht op uitstel en rechtsbijstand in het kader van een voortvarende strafprocedure.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het hof terecht het aanhoudingsverzoek afwees en de zaak voortzette zonder nieuwe advocaat, zonder schending van art. 6 EVRM.