ECLI:NL:PHR:2014:687
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat een ziekenhuis in aanbouw als gebouwde eigendom voor waterschapsbelasting geldt
Belanghebbende, een stichting die eigenaar is van een ziekenhuis te Rotterdam dat in 2011 gereedkwam, maakte bezwaar tegen aanslagen waterschapsbelasting over 2009-2011. De aanslagen waren gebaseerd op het tarief voor gebouwde onroerende zaken, terwijl belanghebbende stelde dat het ziekenhuis in aanbouw als ongebouwde eigendom moest worden aangemerkt.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat het ziekenhuis in aanbouw terecht als gebouwde eigendom werd beschouwd, mede gelet op de Waterschapswet, de Wet WOZ en de parlementaire geschiedenis. De rechtbank wees op de waarderingsregels voor gebouwd eigendom in aanbouw en de aansluiting van de Waterschapswet bij de Wet WOZ.
Belanghebbende stelde in cassatie vier middelen voor, waarin onder meer werd betoogd dat de jurisprudentie van de Hoge Raad uit 1998 en 2001 een opstal in aanbouw als ongebouwd eigendom aanziet, en dat de taalkundige uitleg van 'gebouwd eigendom' anders is. De Advocaat-Generaal concludeerde dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het ziekenhuis in aanbouw als gebouwd eigendom moet worden aangemerkt, mede omdat de Waterschapswet en Wet WOZ een ruimer begrip kennen dan de oude grondbelasting.
De Hoge Raad volgt de conclusie van de Advocaat-Generaal en verklaart het cassatieberoep ongegrond. Hiermee blijft de heffing van waterschapsbelasting over het ziekenhuis in aanbouw op basis van het tarief voor gebouwde onroerende zaken in stand.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het ziekenhuis in aanbouw wordt als gebouwd eigendom aangemerkt voor de waterschapsbelasting.