Conclusie
Inleiding
Verplichtingen bij arbeidsongeschiktheid
Einde van de uitkering
Einde van deze verzekering
'IN CONVENTIE', gaat het hier om een rechtsvordering en niet om een verweer, zodat dit als een reconventionele vordering moet worden aangemerkt. De rechtbank lijkt dit niet te hebben onderkend, maar waar de rechtbank in haar vonnis van 29 september 2010 in rechtsoverweging 4.11 (
in reconventie) overweegt dat de vorderingen in reconventie zijn gebaseerd op het uitgangspunt dat Interpolis ten onrechte de verzekeringen en het recht op uitkeringen heeft beëindigd, welk uitgangspunt de rechtbank 'niet juist' acht, moet de rechtbank geacht worden ook de vorenbedoelde, als reconventionele vordering aan te merken, vordering tot vernietiging van de ontbinding te hebben afgewezen. Nu dat vonnis in kracht van gewijsde is gegaan, is er in het onderhavige geding geen ruimte meer opnieuw de vernietiging van de ontbinding van de diverse verzekeringsovereenkomsten aan de orde te stellen. Het hof zal [verweerder] dan ook, zoals Interpolis bij memorie van antwoord sub 6 heeft bepleit, in zoverre niet-ontvankelijk verklaren.”
ongeachtin welke mate hij uitvoerende, lichamelijk meer belastende werkzaamheden verrichtte in de tijd vóór hij arbeidsongeschikt werd, gehouden met Interpolis te bezien hoe zijn takenpakket kon worden gewijzigd naar een pakket met gelet op zijn beperkingen minder belastende werkzaamheden. Gelet op zijn functie als directeur mag [verweerder] ook bij uitstek in staat geacht worden verschuivingen in zijn takenpakket te realiseren.
Het geding in cassatie
De ontvankelijkheid van Achmea in haar principaal cassatieberoep
Daarop heeft [verweerder] in zijn schriftelijke toelichting nog betoogd dat het arrest van het hof ’s-Hertogenbosch een authentieke akte is, die dwingend bewijs oplevert van het feit dat in het openbaar uitspraak is gedaan op 4 september 2012, en dat de afdruk uit het roljournaal hiertegen geen ondubbelzinnig tegenbewijs oplevert. Voorts geeft [verweerder] nog aan dat tussen partijen vaststaat dat het eindarrest is gewezen op 11 september 2012, maar dat het erom gaat dat blijkens de authentieke akte die wordt gevormd door het arrest, reeds uitspraak is gedaan op 4 september 2012.
Het cassatiemiddel in het principale cassatieberoep
Het cassatiemiddel in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep
“te vernietigen de buitengerechtelijke ontbinding door Interpolis van de tussen partijen bestaande verzekeringsovereenkomst met afwijzing van de door Interpolis ingestelde vorderingen (..)”een rechtsvordering in reconventie zou betreffen en niet een verweer in conventie. [verweerder] heeft immers – aldus het middelonderdeel – in zijn conclusie van antwoord/eis d.d. 16 december 2009, p. 15 deze passage opgenomen onder het kopje “in conventie” en hij heeft aan de gestelde vernietiging ook direct de consequentie verbonden dat de vorderingen van Interpolis dienen te worden afgewezen.