ECLI:NL:PHR:2015:1
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring diefstal met geweld en afwijzing nader onderzoek onbekende beller
Het Gerechtshof Den Haag heeft verdachte veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf wegens diefstal met geweld, gepleegd in vereniging, en het handelen in strijd met de Wet wapens en munitie. Daarnaast werd een betalingsverplichting aan de benadeelde partij opgelegd en de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf gelast.
Verdachte stelde cassatieberoep in en voerde drie middelen aan. Het belangrijkste middel betrof de afwijzing door het Hof van een verzoek tot nader onderzoek naar een onbekende beller die kort na de overval de ouders van de aangeefster belde met de mededeling dat zij het geld hadden of zouden halen. De verdediging stelde dat dit onderzoek noodzakelijk was om een alternatief scenario te onderzoeken waarin verdachte niet een van de daders zou zijn.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof de juiste maatstaf hanteerde door het verzoek af te wijzen op grond van het criterium van noodzakelijkheid, waarbij het Hof vooruitliep op zijn bewijsoordeel. Dit is geoorloofd omdat het bewijsmateriaal het alternatieve scenario uitsluit. Verder is het verzoek niet als getuigenverzoek geformuleerd en ontbrak het aan concrete gegevens over de beller. De overige middelen, waaronder de motivering van de bewezenverklaring en de betrouwbaarheid van verklaringen van de medeverdachte, falen eveneens.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het Hof. De strafrechtelijke veroordeling blijft in stand en het verzoek tot nader onderzoek wordt niet toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling tot vier jaar gevangenisstraf.