Conclusie
middelis toegespitst op de verwerping door de kantonrechter van het verweer dat art. 8 lid 2 Lpw Pro buiten toepassing moet worden gelaten vanwege strijdigheid met art. 14 EVRM Pro en art. 1 Twaalfde Pro Protocol bij het EVRM. Toepassing van art. 8 lid 2 Lpw Pro zou een schending van het discriminatieverbod opleveren omdat deze bepaling een ongerechtvaardigd onderscheid maakt tussen ouders die een “onveranderlijke” overtuiging hebben en ouders die van overtuiging veranderen of hun overtuiging verdiepen.
pressing social need,dus niet noodzakelijk is in een democratische samenleving en buiten toepassing zou moeten worden gelaten. [2] Ik heb daarbij verwezen naar de wetsgeschiedenis, waaruit naar mijn mening niet kan worden afgeleid dat de regeling van art. 8 lid 2 Lpw Pro primair is bedoeld om een recht op onderwijs te verwezenlijken, nu een tijdige kennisgeving aan de gemeente, zonder verdere inhoudelijke controle of voorwaarden volstaat om voor vrijstelling van de inschrijvingsplicht in aanmerking te komen. Verder heb ik betoogd dat de ratio van de regeling van art. 8 lid 2 Lpw Pro gelet op deze ruime vrijstellingsmogelijkheid een puur administratieve lijkt, die de inbreuk op art. 8 EVRM Pro niet kan rechtvaardigen. Gelet hierop ben ik op de gestelde schending van art. 14 EVRM Pro niet meer ingegaan.