Conclusie
2.Bespreking van het cassatiemiddel
omdat[betrokkene 3] niet aansluitend op die beantwoording maar pas in 2011 de concurrerende werkzaamheden is gaan ontplooien. Het hof heeft – anders dan de rechtbank – geoordeeld dat een analogie met de situatie als bedoeld in art. 6:83 aanhef Pro en onder c BW daarin niet valt te ontwaren,
temeerniet nu gesteld noch gebleken is dat [betrokkene 3] aansluitend op de beantwoording van de vraag concurrerende activiteiten is gaan ontplooien.