Conclusie
Kosten
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak gaat het om de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van een betrokkene die een illegale lotto organiseerde. Het hof had bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel de door de betrokkene alsnog betaalde loon- en kansspelbelasting in mindering gebracht, omdat deze kosten in directe relatie stonden tot het delict.
Het Openbaar Ministerie stelde in cassatie dat deze belastingen niet als kosten in mindering konden worden gebracht omdat ze pas na voltooiing van het delict waren betaald en niet noodzakelijk waren voor het plegen van het delict. De Hoge Raad oordeelde echter dat ook kosten die na het delict zijn betaald, maar die direct samenhangen met het delict, in aanmerking kunnen worden genomen.
De Hoge Raad benadrukte dat het fiscale mechanisme dat belastingheffing over wederrechtelijk verkregen voordeel ongedaan maakt bij ontneming, alleen betrekking heeft op inkomstenbelasting en niet op loon- en kansspelbelasting. Daarom is aftrek van deze belastingen als kosten gerechtvaardigd. De conclusie van het hof dat deze kosten in directe relatie staan tot het delict en aftrekbaar zijn, wordt niet onbegrijpelijk geacht.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde het oordeel van het hof, waarmee het beroep van het Openbaar Ministerie werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat betaalde loon- en kansspelbelasting als kosten in mindering kunnen worden gebracht op het wederrechtelijk verkregen voordeel.