Conclusie
eerste middelwordt geklaagd over het oordeel van het hof dat verdachte was gehouden een administratie te voeren op de wijze als bedoeld in art. 52 AWR Pro.
tweede middelwordt geklaagd over het bewezenverklaarde opzet en over de verwerping van het tot vrijspraak strekkende verweer vanwege het ontbreken van dat opzet.
derde middelwordt geklaagd over het oordeel van het hof dat het onder B en C bewezenverklaarde opnemen in de administratie van inkoopfacturen en vrachtbrieven waarvan de inhoud in strijd met de waarheid was, het strafbare feit oplevert van het niet voeren van een administratie overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de Belastingwet gestelde eisen.
vierde middelwordt geklaagd over de strafmotivering.
vijfde middelbevat tenslotte de klacht dat de inzendingstermijn in cassatie is overschreden.