ECLI:NL:HR:2005:AR8030
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Reikwijdte fiscale administratie- en bewaarplicht volgens art. 52 AWR bevestigd
In deze zaak stond centraal de uitleg van de fiscale administratie- en bewaarplicht zoals neergelegd in art. 52 AWR Pro. De verdachte werd verweten leiding te hebben gegeven aan het niet bewaren van primaire en originele urenlijsten door ondernemingen waarvoor hij verantwoordelijk was, wat ertoe strekte dat te weinig belasting werd geheven.
De verdediging voerde aan dat de bewaarplicht zich slechts zou uitstrekken tot gegevens die relevant zijn voor de eigen belastingplicht van de administratieplichtige en dat onjuiste of valse stukken niet onder de bewaarplicht vallen. Het hof verwierp deze verweren en stelde vast dat de bewaarplicht ook geldt voor gegevens die van belang kunnen zijn voor de belastingheffing van derden.
De Hoge Raad bevestigde deze uitleg en verwees uitgebreid naar de wetsgeschiedenis, waarin is aangegeven dat de administratieplicht en bewaarplicht betrekking hebben op alle gegevens die van belang zijn voor de rechten en verplichtingen van de administratieplichtige en voor de belastingheffing in het algemeen, ook voor derden. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en handhaafde het arrest van het hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd; de verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf wegens het niet bewaren van fiscale gegevens.