Conclusie
middelklaagt dat het Hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd heeft overwogen dat sprake is van de voor moord vereiste voorbedachte raad.
Nadere overwegingen
Parket bij de Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die door het Hof Den Haag is veroordeeld tot achttien jaar gevangenisstraf wegens moord op zijn ex-vrouw. Het Hof stelde vast dat de verdachte het slachtoffer opzettelijk en met voorbedachte raad heeft gedood door haar te slaan, vast te binden en te tapen, waarna zij is overleden door verstikking.
De verdachte stelde in cassatie dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat sprake was van voorbedachte raad, aangezien hij handelde uit plotselinge woede en de handelingen met tape en touw niet gericht waren op het doden, maar op het beletten van schreeuwen en vluchten. De advocaat-generaal concludeerde dat het Hof de voorbedachte raad wel voldoende had gemotiveerd.
De Hoge Raad oordeelt echter dat het Hof onvoldoende heeft gemotiveerd dat de verdachte daadwerkelijk gelegenheid tot beraad heeft benut, mede omdat het Hof de duur van het telefoongesprek en de tijd tussen de verschillende fasen van het handelen niet heeft vastgesteld. Ook is onvoldoende rekening gehouden met contra-indicaties zoals de plotselinge woede en het mogelijke paniekgedrag.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het Hof voor een nieuwe beoordeling van het beroep, met bijzondere aandacht voor de motivering van het bestanddeel voorbedachte raad.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Den Haag wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van voorbedachte raad en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.