Op basis van het onderliggende strafdossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep stelt hét hof de navolgende redengevende feiten en omstandigheden vast :
- Op donderdag 6 juni 2013 na 19:00 uur waren de verdachte en het slachtoffer samen aanwezig in de woning van de verdachte.
- De verdachte en het slachtoffer hebben in de keuken/woonkamer een woordenwisseling gehad, die uitmondde in een vechtpartij in die keuken/woonkamer.
- De verdachte heeft het slachtoffer tijdens die vechtpartij onder meer geslagen met een klauwhamer, meermalen in het gezicht geslagen en gestompt, en haar bij de keel vastgepakt. Bij het dichtknijpen van de keel riep het slachtoffer de naam van hun kleinzoon [betrokkene 1] .
- Het slachtoffer heeft op enig moment het bewustzijn verloren. De verdachte heeft waargenomen dat zij nog ademde en kuchte.
- De verdachte wilde het slachtoffer verslepen naar de slaapkamer.
- Op dat moment heeft er een telefoongesprek plaatsgehad tussen de verdachte en zijn oom. De verdachte heeft zijn oom, in strijd met de waarheid, verteld dat het slachtoffer niet bij hem was, maar dat zij eerder buiten op straat bij een stoplicht uit de auto gestapt was.
- De verdachte heeft het slachtoffer naar de slaapkamer versleept.
- De verdachte heeft de armen van het slachtoffer, op de rug, met touw vastgebonden; hij heeft dit gedaan door het leggen van complexe knopen. Hij heeft de mond én neus van het slachtoffer afgeplakt/afgedekt met duct tape. De tape bedekte de hele mond én neus. Het touw en de tape waren afkomstig uit de keuken.
- Het slachtoffer leefde nog nadat ze naar de slaapkamer was gesleept. Ze zei niets meer, maar de verdachte heeft gehoord dat ze ademde en kuchte. De verdachte heeft het slachtoffer in buikligging achter gelaten in de slaapkamer.
- De verdachte heeft daarna het bloed in de keuken/ woonkamer opgeruimd door het weg te vegen.
- Vervolgens heeft hij zich omgekleed.
- Hij heeft nog bij het slachtoffer gekeken en gezien dat zij haar hand bewoog.
- Vervolgens heeft de verdachte de woning verlaten. Hij is urenlang weggeweest.
- Op enig moment die avond/nacht is de verdachte teruggekeerd in de woning. Hij is de slaapkamer niet ingegaan om te kijken of het slachtoffer toen nog leefde. Hij heeft zijn bebloede kleding in de wasmachine gedaan. De verdachte heeft tot de volgende ochtend in de woonkamer op de bank gezeten.
- Op enig moment is het slachtoffer overleden. Als doodsoorzaak is vastgesteld verstikking als gevolg van doorgemaakt geweld op de hals en op de mond/neus.
- In de vroege ochtend van 7 juni 2013 is de verdachte de slaapkamer binnengegaan en heeft hij geconstateerd dat het slachtoffer niet meer in leven was.
- Op 7 juni 2013 rond 14:40 uur hebben twee verbalisanten de woning van de verdachte betreden.
In de slaapkamer van de woning zagen zij een lichaam op de grond onder een sprei liggen. Nadat zij de sprei hadden weggetrokken namen zij waar dat een vrouw voorover op de grond lag, dat haar handen op haar rug met een wit touw waren vastgebonden en dat er bloed en lijkvlekken op haar handen waren. De voet van het lichaam voelde koud aan.
- Blijkens het sectierapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 24 januari 2014 werden aan het lichaam van het slachtoffer zes typen letsels vastgesteld, passend bij vijf vormen van geweldsinwerking. De conclusie van het rapport luidt: "Bij sectie op het lichaam van [slachtoffer] , oud 55 jaren, kan het intreden van de dood goed worden verklaard door verstikking als gevolg van doorgemaakt geweld op de hals, verstikking als gevolg van doorgemaakt geweld op de mond/neus, elk op zich dan wel in combinatie. Er is bij sectie en aanvullend lichtmicroscopisch onderzoek geen andere doodsoorzaak gebleken. Volgens de toxicoloog kan beïnvloeding van het bewustzijn/gedrag ten tijde van het overlijden door de onderzochte stoffen niet worden geconcludeerd en op grond van de resultaten van het uitgevoerde toxicologische onderzoek kan een bijdrage van ethanol (alcohol), vluchtige stoffen, brandversnellende middelen, drugs, geneesmiddelen en/of bestrijdingsmiddelen aan het overlijden van [slachtoffer] niet worden geconcludeerd en het overlijden niet worden verklaard. “