ECLI:NL:PHR:2015:2228
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over terugwijzing bij niet-ontvankelijkverklaring in schuldsaneringsverzoek
In deze zaak is verzoeker failliet verklaard en heeft hij een verzoek ingediend tot opheffing van het faillissement met gelijktijdige toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een verontschuldigbare termijnoverschrijding. Het hof vernietigde dit vonnis en oordeelde dat verzoeker ontvankelijk was, maar wees het verzoek op inhoudelijke gronden af.
Verzoeker kwam hiertegen in cassatie met het middel dat het hof de zaak had moeten terugverwijzen naar de rechtbank voor een inhoudelijke beoordeling, omdat de rechtbank daar niet aan toegekomen was. De Hoge Raad bevestigt het algemene uitgangspunt dat de appelrechter de gehele zaak aan zich moet houden en niet mag terugverwijzen, behalve in vier strikt omschreven uitzonderingen.
De Hoge Raad overweegt dat in deze zaak een uitzondering op het terugwijzingsverbod mogelijk is, omdat de rechtbank op louter processuele gronden niet aan een inhoudelijke behandeling toegekomen is en het belang van twee feitelijke instanties in schuldsaneringszaken zwaar weegt. De conclusie van de Procureur-Generaal strekt tot vernietiging van het arrest van het hof.
De zaak illustreert de spanning tussen het terugwijzingsverbod en het recht op twee feitelijke instanties, vooral in schuldsaneringsprocedures waar herhaalde verzoeken beperkt zijn. De Hoge Raad handhaaft de hoofdregel strikt, maar erkent uitzonderingen in bijzondere gevallen zoals deze.
Uitkomst: De Hoge Raad acht het terugwijzingsverbod in deze zaak doorbroken en acht terugwijzing naar de rechtbank voor inhoudelijke beoordeling noodzakelijk.