Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft de betrokkene veroordeeld tot betaling van €8.364,92 aan de Staat als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt. Het hof baseerde de schatting op een eerdere oogst van 168 planten vóór de bewezen verklaarde periode, waarbij het wederrechtelijk voordeel werd berekend volgens het BOOM-rapport, met aftrek van kosten zoals elektriciteit.
De betrokkene stelde in cassatie dat het bewijs onvoldoende was en dat de redelijke termijn was overschreden. De Hoge Raad oordeelt dat het hof voldoende gemotiveerd heeft dat de betrokkene ten minste één eerdere oogst heeft gehad en dat het wederrechtelijk voordeel aannemelijk is. De stellingen over het ontbreken van oogst of opbrengst zijn onvoldoende onderbouwd.
Verder erkent de Hoge Raad de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase, maar ziet geen aanleiding tot cassatie omdat dezelfde overschrijding in de hoofdzaak speelt en compensatie daar kan worden toegepast. Het cassatieberoep wordt verworpen.