Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat het oordeel van het hof dat de betrokkene voordeel heeft genoten uit hennepteelt in de periode vóór 1 april 2010 onvoldoende steun vindt in de gebezigde bewijsmiddelen.
tweede middelbevat de klacht dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden.