Conclusie
Het middel
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd bij verstek veroordeeld door de kantonrechter tot twee weken hechtenis en een rijontzegging van zes maanden. Het hof verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep omdat het hoger beroep te laat was ingesteld, uitgaande van 26 september 2012 als datum van kennisname van het vonnis.
De Hoge Raad stelt vast dat de brief van verdachte waarin hij een kopie van het vonnis opvraagt niet zonder meer betekent dat hij op die datum bekend was met de inhoud van het vonnis. Er is geen bewijs dat de mededeling van het vonnis hem daadwerkelijk heeft bereikt. De brief duidt veeleer op onbekendheid met de inhoud.
Het hof heeft onvoldoende gemotiveerd dat de termijn voor hoger beroep op 26 september 2012 is gaan lopen. Hierdoor is de niet-ontvankelijkverklaring niet begrijpelijk. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor een nieuwe beslissing over ontvankelijkheid.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug wegens onvoldoende motivering van de niet-ontvankelijkverklaring.