Conclusie
1.Feiten
BENOEMING ERFGENAMEN BIJ VÓÓROVERLIJDEN
BEPALINGEN BIJ GELIJKTIJDIG MET OF NA ELKAAR OVERLIJDEN
2.Procesverloop
3.Inleiding
medegelet op de enorm hoge advocatenkosten die zij kennelijk maakt; kosten waarvan zeker niet in het oog springt dat deze voor meer dan hooguit een deel voor vergoeding in aanmerking komen. Datzelfde geldt zeker ook voor een deel van de andere door haar opgevoerde kosten.
[eiseres]stelt dat [betrokkene 4] erflater heeft voorgelicht over de mogelijkheid de mogelijkheid van opeisbaarheid te beperken. In de talloze grieven wordt tegen dit oordeel niet opgekomen. Het komt mij voor dat dit oordeel [eiseres] niet bepaald te stade kan komen. Zeker niet nu volgens de inleiding op de klachten onder 1.1 de kern van de zaak is dat
4.Bespreking van de klachten
nderdeel 2.1(hetgeen daaraan voorafgaat behelst geen klachten) is gericht tegen rov. 5, 27 en 28 van het bestreden arrest; het waaiert uit in een reeks sub-klachten die niet altijd even duidelijk zijn.
onderdelen 2.1.1en
2.1.2betreffen - kort gezegd - de grondslag van de vordering. [eiseres] klaagt allereerst dat het Hof heeft miskend dat zij zich geenszins uitsluitend als rechtsopvolger onder algemene titel op een toerekenbare tekortkoming beroept, maar ook op een onrechtmatige daad jegens haar. [18]
jegens erflaternu niet kan worden vastgesteld dat hij de niet-opeisbaarheidsclausule van art. 4:82 BW Pro in zijn testament had willen opnemen. [19] Dat oordeel wordt niet bestreden. Daarmee komt m.i. ook het belang te ontvallen aan de klacht over het pretens onrechtmatig handelen
jegens [eiseres]. Even aannemend dat de notaris niet tekort is geschoten (of onrechtmatig heeft gehandeld) ten opzichte van de erflater om wiens testament het hier gaat, geldt hetzelfde (zoal niet a fortiori, dan toch zeker ook) ten opzichte van [eiseres] .
onderdeel 2.1.2blijkt uit de stellingen van [eiseres] “zonder meer” dat de erflater bedoeld beding zou hebben laten opnemen. De door het onderdeel geventileerde klacht is dat het Hof “deze vraag” niet heeft beantwoord. Die klacht faalt evident. Het Hof is wel op deze problematiek ingegaan. Sterker nog: hetgeen daaromtrent wordt overwogen is de kern van de beslissing.
onbeantwoord heeft gelaten, maar dat het
niet gemotiveerdis ingegaan op de eigen aantekeningen van [eiseres] en [betrokkene 4] . Daartoe bestaat eens te meer aanleiding nu onderdeel 2.1.3 wat nader op dit punt ingaat. Daar wordt andermaal gewezen op “die aantekeningen van [betrokkene 4] ” en “de email van erflater van 26 februari 2003”.
onderdeel 2.1.2geponeerde stelling dat uiteindelijk een testament is opgesteld dat niet afwijkt van een testament dat ook onder vigeur van het oude erfrecht opgesteld had kunnen worden essentieel is, [30] wordt door [eiseres] niet voldoende duidelijk gemaakt. In het bijzonder licht [eiseres] niet toe waarom deze stelling het Hof tot een ander oordeel had moeten brengen. Onder 4.25.2 kom ik op deze stelling in ander verband terug.
onderdelen 2.1.3 en 2.1.4klagen tot de kern teruggebracht dat het Hof heeft miskend dat op de notaris een verzwaarde stelplicht rustte. [31] In dat kader is het volgens [eiseres] onjuist dat het Hof tot uitganspunt heeft genomen dat zij had moeten bewijzen en niet heeft bewezen dat erflater de niet-opeisbaarheidsclausule van art. 4:82 BW Pro in zijn testament heeft willen opnemen. Bovendien wordt betoogd dat deze stelplicht hoge eisen stelt aan dossiervoering, waaraan het op nader in
onderdeel 2.1.4uitgewerkte gronden schortte.
mogenaannemen. Als iemand adequaat is voorgelicht, dan mag
in het algemeenworden aangenomen dat hij op die basis een beredeneerde keuze kan maken en dus ook zal maken. Toegespitst op kwesties als de onderhavige (met voorbijgaan aan na te noemen bijzondere kenmerken): als hij dan niet aandringt op opneming van een beding als bedoeld in art. 4:82 BW Pro, kan
in het algemeenvermoedelijk nog wel worden aangenomen dat hij dat kennelijk niet wil.
in de gegeven omstandighedenrelevante kwestie zal ook mogen worden gevergd dat het antwoord op die vraag in de aantekeningen wordt vermeld.
mogelijkheidversteekt om het desbetreffende bedrag, zo nodig, op te souperen snijdt zij hout. Die klacht snijdt hout.