Conclusie
4.Tenlastelegging, bewezenverklaring en bewijsvoering
5.Bespreking van het middel
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen”). Hoewel niet gesproken wordt van “
een hoeveelheid of hoeveelheden van (in totaal) 30,82 gram”, stond het aan het Hof vrij de tenlastelegging zo uit te leggen dat die een afzonderlijke beoordeling van de samenstellende bestanddelen van de totale hoeveelheid toeliet. In zoverre kan dan ook niet gezegd worden dat iets wezenlijk anders is bewezenverklaard.
dusin het zicht van de verdachte en de bijrijder bevonden. Nog daargelaten de vraag of die gevolgtrekking stand houdt, [7] kan moeilijk worden aangenomen dat dit voor het Hof een doorslaggevend argument is geweest. Het Hof achtte immers ook bewezen dat de verdachte opzet had op de drugs in het dashboardkastje en zelfs op die in de broekzak van de bijrijder, terwijl die drugs zich niet in het zicht van de verdachte bevonden. Het zou kunnen dat het Hof de (naar mijn mening met grote omzichtigheid te hanteren) algemene ervaringsregel dat de bestuurder van een auto bekend pleegt te zijn met de inhoud van die auto eenvoudig tot een wet van Meden en Perzen heeft verheven. [8] De vraag is allereerst of die ervaringsregel zich ook uitstrekt tot hetgeen zich in de broekzak van een passagier bevindt. Bovendien is er in de onderhavige zaak alle reden om die ervaringsregel met de nodige omzichtigheid te hanteren omdat (i) de bestuurder niet de enig inzittende van de auto was en (ii) de bestuurder niet de eigenaar van de auto was.