Conclusie
eerste twee middelenhebben betrekking op het onder 1 subsidiair bewezen verklaarde. In de toelichting op de middelen worden beide middelen gezamenlijk besproken en niet scherp onderscheiden. Ik zal de middelen ook gezamenlijk bespreken en aldus opvatten dat deze erover klagen dat het onder 1 subsidiair bewezen verklaarde niet uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid, in het bijzonder dat de verdachte “een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer]”, en dat het hof een verweer dat betrekking heeft op een “alternatief scenario” heeft verworpen op gronden die deze verwerping niet kunnen dragen.
derde middelbehelst de klacht dat het hof ten onrechte en zonder motivering is afgeweken van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt van de verdediging, inhoudende dat de verklaring die de verdachte op 3 juli 2008 heeft afgelegd niet voor het bewijs mag worden gebruikt omdat de verdachte voorafgaand aan dit verhoor niet is gewezen op zijn recht een advocaat te raadplegen.
vierde en het vijfde middel, voor te stellen die zien op feit 2. De middelen kunnen aldus worden begrepen, dat deze erover klagen dat het hof ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd tot een bewezenverklaring is gekomen en dat het hof heeft verzuimd bepaaldelijk te beslissen op het door de verdediging uitdrukkelijk voorgedragen verweer dat de in de bewezenverklaring bedoelde foto’s geen kinderporno opleveren.