Conclusie
[betrokkene 2]], [betrokkene 3] [de moeder van [betrokkene 2] , toev. hof], namens cliënte de akte kan ondertekenen.
van] het dossier [betrokkene 1] schriftelijk voor u uiteen te zetten, bij deze.
2.Bespreking van het cassatiemiddel
subonderdeel 1ain de eerste plaats dat het hof aldus heeft miskend dat indien een vordering wordt ingesteld tegen verschillende gedaagden, de vorderingen tegen de afzonderlijke gedaagden een zelfstandig karakter hebben en blijven behouden, met als gevolg dat indien de vordering tegen de gedaagden wordt toegewezen en slechts een deel van de gedaagden daarvan in hoger beroep komt, de uitspraak in eerste aanleg ten opzichte van de niet appellerende gedaagde(n) kracht van gewijsde krijgt. Dit brengt in het onderhavige geval mee dat de uitspraak van de rechtbank, voor zover gewezen tussen [eiseres] en [advocaat 1] , in kracht van gewijsde is gegaan nu [advocaat 1] daarvan niet in hoger beroep is gekomen. Volgens het subonderdeel kan daaraan niet afdoen dat de overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen tussen [eiseres] en de maatschap [verweerster 1] , en dat de maten ( [verweerder 2] , [verweerster 3] en [advocaat 1] ) hoofdelijk aansprakelijk zijn voor een tekortkoming in de nakoming van deze opdrachtovereenkomst met de maatschap. Deze omstandigheid kan immers niet, althans in beginsel niet, meebrengen dat de rechtsverhouding tussen [eiseres] enerzijds en de maatschap, [verweerder 2] , [verweerster 3] en [advocaat 1] anderzijds is aan te merken als een ondeelbare rechtsverhouding in de hiervoor bedoelde zin.
subonderdeel 1ckan het dictum van het bestreden arrest ook niet in stand blijven voor zover het hof terecht zou hebben geoordeeld dat zijn oordeel zich mede uitstrekt tot de rechtsverhouding tussen [eiseres] en [advocaat 1] . In dat geval zou het hof ook [advocaat 1] hoofdelijk hebben moeten veroordelen tot betaling van het bedrag van € 24.470,28 te vermeerderen met rente.
onderdeel 4betoogt.