ECLI:NL:PHR:2015:2457
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor handel en bezit van heroïne en cocaïne ondanks betwisting woonadres en wetenschap
Het Gerechtshof Den Haag heeft verdachte op 6 juni 2014 veroordeeld tot zestien maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk, voor het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet door het bezit en de handel in heroïne en cocaïne. Verdachte stelde in cassatie onder meer dat onvoldoende bewijs bestond dat hij woonde op het adres waar drugs in een kluis werden aangetroffen en dat hij wetenschap had van deze drugs.
Het hof oordeelde dat verdachte woonachtig was op het betreffende adres en dat het onwaarschijnlijk was dat hij geen wetenschap had van de drugs in zijn woning, mede gelet op zijn eerdere bewezenverklaarde handel in verdovende middelen. Verdachte heeft nooit verklaard van wie de drugs waren. Ook de aanwezigheid van drugs in een auto die op naam van zijn vader stond, maar door verdachte werd gebruikt, wees op zijn wetenschap.
Verder klaagde verdachte over een schending van de redelijke termijn, omdat de strafzaak ruim twee jaar na de eerste veroordeling werd afgerond. Het hof had de straf in hoger beroep met twee maanden verminderd vanwege het tijdsverloop. De Hoge Raad achtte dit toereikend en zag geen reden tot vernietiging. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de veroordeling en strafoplegging in stand bleven.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling tot zestien maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk.