Voetnoten
1.Inspecteur van de Belastingdienst/[P].
4.Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek India tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen van 30 juli 1988 (
5.Aangezien de officiële verdragstalen van dit Verdrag Nederlands, Engels als Hindi zijn, neem ik voor het gemak de Nederlandse verdragstekst op.
9.Bundesfinanzhof 2 december 1992, nr. I R 77/91,
10.Bundesfinanzhof 19 mei 1993, nr. I R 80/92,
11.Verwaltungsgerichtshof 18 maart 2004, nr. 2000/15/0118.
12.Bundesfinanzhof 28 juni 2006, nr. I R 92/05,
15.P. VerLoren van Themaat,
16.E. Michaux, ‘An analysis of the notion ‘fixed base’ and its relation to the notion ‘permanent establishment’ in the OECD model’,
17.Originele voetnoot uit geciteerde tekst: Bundesfinanzhof, 14 January 1982,
18.M.R. Reuvers, ‘Verdrag met India’,
19.H.A. Vollebregt, ‘Op weg naar de afschaffing van het vaste middelpunt’,
20.K. Vogel,
21.J.W.J. De Kort, ‘De afschaffing van het modelverdragsartikel inzake inkomsten uit zelfstandig uitgeoefende arbeid’,
22.Originele voetnoot uit geciteerde tekst: Zie E. Michaux, ‘An analysis of the notion "fixed base" and its relation to the notion "permanent establishment"’, I
23.Originele voetnoot uit geciteerde tekst: Hof 's-Hertogenbosch 25 september 1970,
24.OECD,
25.H. Pijl, ‘Vaste inrichting en de voorgestelde wijzigingen van het OESO-commentaar’,
26.Originele voetnoot behorende bij citaat: HR 13 oktober 1954, 11 908,
27.Originele voetnoot behorende bij citaat: HR 9 juni 1976, 17 910,
28.Originele voetnoot behorende bij citaat: Hof ’s-Gravenhage 4 april 1987, 2169/85-M-2,
29.Originele voetnoot behorende bij citaat: HR 15 juni 1955, 12 369,
30.Originele voetnoot behorende bij citaat: Hof ’s-Hertogenbosch 31 december 1976, 717/1976,
31.Originele voetnoot behorende bij citaat: HR 22 januari 1975, 17 537,
32.Originele voetnoot behorende bij citaat: HR 7 maart 1956, 12 661,
33.Originele voetnoot behorende bij citaat: Ook Tariefcommissie 13 januari 1958, nr. 9741 O,
34.Originele voetnoot behorende bij citaat: HR 24 maart 1976, 17 812,
35.Originele voetnoot behorende bij citaat: Hof ’s-Gravenhage 10 september 1990, 4287/87-M-1,
36.A. Caridi, ‘Proposed Changes to the OECD Commentary on Article 5: Part II- The Construction PE Notion, the Negative List and the Agency PE Notion’,
37.K. Vogel en M. Lehner,
38.J. Sasseville en A.A. Skaar,
39.J.-P. Van den Berg,
40.T. Ecker en G. Ressler (red.),
41.Originele voetnoot uit geciteerde tekst: Dudney vs. The Queen- Federal Court of Appeal of Canada, 24 February 2000.
42.Originele voetnoot uit geciteerde tekst: Baker, “Double Taxation Conventions”: Manual on the OECD Model Tax Convention on Income and on Capital”, pp. 14-2/2.
43.Originele voetnoot uit geciteerde tekst: Vogel,
44.Originele voetnoot uit geciteerde tekst: Baker, “Double Taxation Conventions”: Manual on the OECD Model Tax Convention on Income and on Capital”, p. 14-2/1.
45.Originele voetnoot uit geciteerde tekst: Ibid., p. 14-2/2.
46.S. Bhattacharya en D. Sanghavi,
47.E. Reimer, S. Schmid en M. Orell,
48.E. van der Bruggen, ‘Unless the Vienna Convention Otherwise Requires: Notes on the Relationship between Article 3(2) of the OECD Model Tax Convention and Articles 31 and 32 of the Vienna Convention on the Law of Treaties’,
49.Zie o.a. paragraaf 17 van de inleiding behorende bij het in 2009 geldende commentaar bij het VN-modelverdrag.
50.Zie onderdeel 4.10.
51.Zie onderdeel 4.28.
52.Zie onderdeel 4.13.
53.Zie de paragrafen 33 t/m 36.1 van de inleiding behorende bij het in 2009 geldende commentaar bij het OESO-modelverdrag.
54.Zie onderdeel 4.20.
55.Zie onderdeel 4.14.
56.Zie onderdeel 4.38.
57.Zie onderdeel 4.38.
58.Zie onderdeel 4.25.
60.Zie onderdeel 4.29 en K. Vogel en M. Lehner,
61.Zie onderdeel 4.23 en 4.24.
62.Zie onderdeel 4.28, 4.41 en 4.42. Alhoewel een in onderdeel 4.26 opgenomen uitspraak van het Bundesfinanzhof ook voor een vast middelpunt een minimale periode van 6 maanden lijkt te impliceren.
63.Zie onderdeel 4.39, onderdeel 4.40, A.A. Skaar, a.w., blz. 217, HR 11 maart 1970, 16 290, ECLI:NL:HR:1970:AX5203, 64.Zie onderdeel 4.25.
65.Bezwaarschrift van belanghebbende van 21 april 2011 tegen de aan hem opgelegde aanslag IB/PVV 2009.
66.Zie onderdelen 4.2 en 4.8. Vergelijk: onderdeel 4.5, waarin is opgenomen dat in het OESO-Modelverdrag een periode van minimaal 12 maanden geldt.
67.Zie onderdeel 4.37 en S. Skaar,
68.Zie onderdeel 4.37.
69.Zie onderdeel 4.43.
70.Zie paragraaf 20 in onderdeel 4.12, onderdeel 4.39 en F. Brugger en P. Plansky,
71.Zie paragrafen 4 t/m 4.5 van onderdeel 4.12. Vergelijk: o.a. Centre for tax policy and administration,
72.In dezelfde zin S. van Weeghel, Artikel 14. Zelfstandige arbeid, in: A.H.M. Daniëls en P.J. Wattel, Handboek Internationaal belastingrecht,’s Gravenhage: Delwel, losbladig, onderdeel III.14, blz. 4 en 5.
73.J.B.J. Peeters,