Conclusie
earn out-regeling’).
earn out-regeling’;
earn out-regeling’, dat bij de bepaling van de definitieve koopprijs ook rekening zal moeten worden gehouden met het saldo van de rekening-courant met [eiseres] en dat zij niet over de gegevens beschikt om dit saldo te berekenen [3] .
2.Bespreking van het principale cassatiemiddel
onderdeel 2is de rolbeslissing van 19 juni 2012 in strijd met art. 133 lid 4 in Pro verbinding met art. 353 Rv Pro, nu het recht om van grieven te dienen was vervallen en het hof een nieuw recht om een memorie van grieven te nemen niet, laat staan zonder meer, kon toekennen.
derde onderdeel, dat een aantal subsidiaire klachten bevat, klaagt in de kern dat het hof een onjuiste maatstaf heeft aangelegd voor het terugkomen op een rolbeslissing tot het verlenen van akte niet-dienen, althans dat het hof deze beslissing onvoldoende begrijpelijk heeft gemotiveerd.
3.Bespreking van het incidentele cassatiemiddel
a en bdat het oordeel van het hof dat [eiseres] niet per 1 januari 2006 in verzuim verkeerde, blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting dan wel onbegrijpelijk is gemotiveerd. Volgens [verweerster] laat dit oordeel zich niet rijmen met de vaststelling dat de brasserie per 1 januari 2003 aan [eiseres] is verkocht en geleverd tegen een voorlopig vastgestelde koopprijs van € 100.000,-, waarbij de koopprijs nader en definitief zou worden bepaald indien [eiseres] de exploitatie na 1 januari 2006 wilde voortzetten. Er is, aldus [verweerster], derhalve een opeisbare verplichting voor [eiseres] de overeengekomen koopprijs van € 100.000,- te betalen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2006.
onderdeel cheeft gegrondbevinding van (een van) de klachten ook gevolgen voor de kostenbeslissing ten laste van [verweerster].
niet(afzonderlijk) is voldaan, maar is opgenomen in de rekening-courant van [eiseres] en [A]. Nu het volledige saldo van deze rekening-courant, dus met inbegrip van de daarin verwerkte aanvankelijke koopsom, onderwerp vormt van het geding in reconventie, is er geen grond tot vermindering van het bedrag van de in conventie uit te spreken veroordeling wegens de door [eiseres] te betalen koopsom. (…)”