Conclusie
fees), een verzekering voor herstelschade bij dataverlies en een boeteclausule. Het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: GEA) oordeelde dat nu over de prijs als essentieel onderdeel geen overeenstemming bestond, het AZV vrijstond de onderhandelingen af te breken. Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: Hof) gaat veronderstellenderwijs uit van bereikte prijsovereenstemming, maar constateert dat de non-overeenstemming over de overige twee punten AZV het recht gaf de onderhandelingen af te breken, zonder daarvoor schadevergoedingsplichtig te zijn. In cassatie is de vraag of het Hof heeft mogen oordelen dat het afbreken van de onderhandelingen door AZV niet onrechtmatig was in dit geval (geen gerechtvaardigd totstandkomingsvertrouwen) en subsidiair of dan geen “fase 2” Plas/Valburg aan de orde was. Ik denk dat het Hof heeft kunnen oordelen als gedaan en dat het cassatieberoep niet opgaat.
UO-AZV would like to continue using the ETS system but would like to use only a part of the provided functionalities;
UO-AZV would like to set up a contract which can be renewed on a yearly basis;
UO-AZV would like to modify certain sections of the contract;
UO-AZV would like to have a new quotation based on the above starting points.”
feesdefinitief van tafel was. Ook heeft AZV aangegeven dat over andere voor haar essentiële kwesties, te weten verzekering voor dataverlies en een in de overeenkomst op te nemen boeteclausule, nog geen overeenstemming was bereikt [9] . Van de vier punten uit de hiervoor in 1.6 geciteerde brief van 17 september 2008 is volgens AZV met punten 2 (jaarcontract) en 3 (aanpassing bepaalde clausules) een aanvang gemaakt in de onderhandelingen, maar kon er uiteindelijk geen overeenstemming bereikt worden over de prijs, verzekering tegen verlies van data en een boeteclausule.
fees) geen overeenstemming was bereikt “bijvoorbeeld omtrent een verzekering voor de data en een boete beding” [11] .
2.Bespreking van het cassatiemiddel
alsnogbeschikbaar gekomen document in de zin van deze bepaling.
ex partetraject betrof; AZV kon niet op het aanvullingsverzoek worden gehoord door de rolraadsheer en is zodoende ook niet in haar belangen aangetast op dit punt. Dat AZV hiermee is benadeeld in haar verdediging, zie ik niet, nu AZV een reguliere termijn van drie maanden voor verweerschrift in cassatie heeft gekregen nadat Arfinet haar verzoekschrift binnen de verlengde termijn had aangevuld (waar AZV vervolgens overigens ruim een maand binnen is gebleven). AZV heeft alleen aangevoerd dat Arfinet zich eerder dan op 15 januari 2014 met een uitstelverzoek tot de Hoge Raad had kunnen richten en dat het gedane aanvullingsverzoek niet leest op de termijnen en bijzondere omstandigheden van Denkavit/[A], maar daar is inmiddels (anders) op beslist door de rolraadsheer [16] . Daar moet het volgens mij bij blijven in deze zaak.
Onderdeel 2.1richt zich eerst met een rechtsklacht tegen dit deel van rov. 4.6:
wellicht nog wat speelruimte bestaat voor onderhandelingen”.
take it or leave it:
take it or leave itvoorstel van Shell niet onverkort accepteerde, omdat partijen er beweerdelijk bijna uit waren. De afwijzing van die visie door het hof in die zaak bij tussenarrest in rov. 8, is in cassatie in stand gelaten in de volgende bewoordingen in rov. 3.3, die een parallel met onze zaak oproepen:
geobjectiveerd subjectief totstandkomingsvertrouwen:
naastde punten die objectief tot de essentialia van de overeenkomst mogen worden gerekend.”
datde dataverliesverzekering en de boeteclausule voor AZV essentieel waren, niet is vereist dat AZV aangeeft
waaromdat zo is (punt iii), als maar kenbaar was voor Arfinet dat deze essentieel waren voor AZV en daaraan is gelet op de gewisselde brieven wel voldaan. Verder is ii) onjuist, de onderhandelingen zijn niet alleen wegens gebrek aan overeenstemming over de prijs afgebroken, zo volgt uit de brieven van 11 november en van 2 en 12 december 2008. Ik heb hiervoor al uiteengezet dat is afgebroken met in het vizier dat op de drie overgebleven punten
fees,dataverliesverzekering en boeteclausule nog geen overeenstemming was bereikt. Dat is zo geformuleerd in de brief van 12 december 2008:
Onderdeel 3.2voegt daar aan toe dat voor zover deze subsidiaire grondslag in rov. 4.6 (impliciet) zou zijn verworpen, dat dan onjuist of ontoereikend is gemotiveerd. Onjuist, omdat onvoldoende gerechtvaardigd totstandkomingsvertrouwen niet (zonder meer) betekent dat geen sprake is van “fase 2” Plas/Valburg. Althans, zo vervolgt de motiveringsklacht, is zonder nadere maar ontbrekende motivering niet in te zien waarom hier geen sprake is van “fase 2” Plas/Valburg, (mede) gelet op de mate waarin en de wijze waarop AZV tot het ontstaan van het totstandkomingsvertrouwen heeft bijgedragen en de gerechtvaardigde belangen van Arfinet bij totstandkoming van de overeenkomst.
zelf niet onrechtmatigwordt geacht, maar er wel een gehoudenheid bestaat (op grond van ongerechtvaardigde verrijking of de redelijkheid en billijkheid) om kosten te vergoeden aan de wederpartij. Dat is dus een andere situatie dan die waarbij het afbreken zelf onrechtmatig is vanwege gerechtvaardigd totstandkomingsvertrouwen. Deze grond heeft Arfinet zelf in feitelijke instanties nogal stiefmoederlijk bedeeld; alleen globaal wordt hierover iets gezegd in het inleidend verzoekschrift onder 2, 3 en 38 en bij memorie van grieven onder 2 [34] . Zij heeft bijvoorbeeld niet aangegeven op grond van welke bijzondere omstandigheden AZV gehouden zou zijn tot kostenvergoeding [35] . Ik laat hier rusten de vraag of “fase 2 Plas/Valburg” nog wel bestaat na CBB/JPO [36] . Waar het om gaat, is dat een partij die aanspraak maakt op kostenvergoeding in een situatie dat wel mocht worden afgebroken, aangrijppunten dient te verschaffen waar die vergoeding op wordt gebaseerd (er kunnen bijvoorbeeld tevoren afspraken over zijn gemaakt) en dat heeft Arfinet nagelaten.
dat AZV onrechtmatig jegens Arfinet heeft gehandelddoor de onderhandelingen af te breken (naast schadevergoeding bij staat en nevenvorderingen). Dat ziet op “fase 3 Plas/Valburg”, als ik het goed zie en niet op “fase 2”, want dan is afbreken op zichzelf niet ongeoorloofd –
en dus niet onrechtmatig, maar moeten alleen kosten worden vergoed. De rechtsbasis daarvoor is naar zich langzamerhand uitkristalliseert [37] de redelijkheid en billijkeid of ongerechtvaardigde verrijking, maar niet onrechtmatige daad. Anders gezegd: er is geen verklaring voor recht verzocht dat AZV onrechtmatig jegens Arfinet heeft gehandeld door bij het op zich geoorloofde afbreken geen kostenvergoeding te betalen.