Conclusie
4.Het eerste en het tweede middel
eerste middelklaagt dat art. 552m, derde lid, Sv dan wel de motiveringsverplichtingen van de Rechtbank zijn geschonden nu de Rechtbank, in strijd met hetgeen namens de klaagster is aangevoerd, heeft overwogen dat de vereiste machtiging van het Ministerie van Veiligheid en Justitie en het advies van het Ministerie van Financiën tot de stukken van het geding behoren. Het
tweede middelklaagt dat art. 552m, derde lid, Sv en art. 23, vierde lid, Sv dan wel de motiveringsverplichtingen van de Rechtbank zijn geschonden nu de Rechtbank heeft overwogen dat de vereiste machtiging van het Ministerie van Veiligheid en Justitie en het advies van het Ministerie van Financiën is afgegeven naar aanleiding van het rechtshulpverzoek, terwijl namens de klaagster is aangevoerd dat de (vermeende) machtiging niet ziet op het rechtshulpverzoek waarin om de betreffende dwangmiddelen is verzocht. De middelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking.
Standpunten [betrokkene 1] en [klaagster]
naoverleg met de Minister van Financiën” kan worden gegeven”. Dat het advies na de machtiging is gedateerd, wil echter niet zeggen dat er niet eerst mondeling overleg is geweest. Dát dit overleg waarschijnlijk ook voorafgaand aan de machtiging heeft plaatsgevonden, heeft de Rechtbank af kunnen leiden uit de omstandigheid dat in de machtiging - die zich bij de stukken van het geding bevindt – wordt verwezen naar het bedoelde advies van 2 november 2010 (zoals de Rechtbank zelf opmerkt) en dat deze machtiging verder inhoudt dat het advies van 2 november 2010 is bijgevoegd en dat op die machtiging een stempel is geplaatst inhoudende: “LIRC, ingekomen 05 nov. 2010”. Dat de machtiging mogelijk bij vergissing onjuist is gedateerd, maakt dat niet anders.
met pen genoteerd:i/o + handtekening – A-G
)
tweede middelheeft betrekking op een namens klaagster gevoerd verweer. Blijkens de aan het proces-verbaal van de zitting in raadkamer van 8 april 2013 aangehechte pleitnota hebben de raadslieden van klaagster aldaar onder meer aangevoerd:
5.Het derde middel
3.0. Digitale gegevens onrechtmatig verkregen
"documenten, dossiers of stukken van overtuiging". De vraag is of het toezenden van gekopieerde digitale gegevens dan mag en de digitale gegevensdragers voor beslag vatbaar zijn.
"stukken van overtuiging"voor inbeslagneming vatbaar. Overduidelijk is dat de onderhavige (digitale) gegevensdragers en gegevens geen
"stukken van overtuiging"zijn.
"gegevensdragers"nog wel uitgelegd in de toelichting van artikel 552h Sv en komt in meerdere verschijningsvormen om de hoek kijken.
"schriftelijke bescheiden, gedrukt of geschreven". Anderzijds wordt daarvan de volgende definitie gegeven:
"Deze categorie voorwerpen wordt niet met zoveel woorden in art. 552h genoemd, maar dienen te worden ingelezen gezien de vermelding in art. 552oa lid 4".In laatstgenoemd artikelonderdeel is bepaald dat de bevoegdheden van art. 126l e.v. Sv kunnen worden uitgeoefend en de vastleggingen daarvan - in processen-verbaal of op gegevensdragers - aan een buitenlandse autoriteit kunnen worden verstrekt. Het gaat dan bijvoorbeeld om het opnemen van vertrouwelijke communicatie. De uitwerkingen hiervan kunnen dan op een gegevensdrager worden gezet en aan de buitenlandse autoriteiten worden verstrekt.
6.Het vierde middel
7.Het vijfde middel
4.0. Belang strafvordering
"de nog niet helemaal afgeronde"groep met [klaagster] Als er volgens de Spaanse autoriteiten misdrijven zouden zijn gepleegd door middel van deze groepen, dan is dat toch alleen maar mogelijk als die groep er is, aldus is 'afgerond'. De vermeende groep met [klaagster] was kennelijk nog niet afgerond.