Conclusie
“medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, op een luchtvaartterrein, als omschreven in artikel 1 van Pro de Luchtvaartwet, meermalen gepleegd”veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden, onder aftrek als bedoeld in artikel 27 Sr Pro.
eerste middelklaagt dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd heeft volstaan met een opgave van bewijsmiddelen als bedoeld in art. 359, derde lid, Sv.
HR 23 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007:BB3070,
NJ2007, 581. De gevolgde verdedigingsstrategie kon in die zaak niet afdoen aan het feit dat de verklaringen van de verdachte die door het hof als bekentenis waren aangeduid niet alle onderdelen van de bewezenverklaring betroffen, wat in die zaak aanleiding was voor Uw Raad om het bestreden arrest te vernietigen.
‘een luchthaven, aangewezen krachtens artikel 52, vierde lid Wet wapens en munitie’,in dit geval Schiphol. Alles overziend kan ik dan ook niet anders dan concluderen dat het middel met de eerste deelklacht doel treft.
tweede middelklaagt dat het hof het bewezenverklaarde onjuist heeft gekwalificeerd als
“medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, op een luchtvaartterrein, als omschreven in artikel 1 van Pro de Luchtvaartwet, meermalen gepleegd”.
“een luchtvaartterrein als omschreven in artikel 1 van Pro de Luchtvaartwet”ten tijde van het plegen van het feit reeds achterhaald was, [7] en had moeten luiden:
“een luchthaven, aangewezen krachtens artikel 52, vierde lid van de Wet wapens en munitie”.