Conclusie
eerste middelklaagt over de verwerping van het verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging.
Het hof stelt vast dat [betrokkene] op 1 juni 2011 aangifte heeft gedaan van stalking en op 18 mei 2011 een klacht heeft ingediend welke een voorwaarde is om tot vervolging over te gaan. Op enig moment heeft [betrokkene] om hem moverende redenen laten weten dat hij zijn klacht handhaafde. Gelet op hetgeen in de aangifte door [betrokkene] is aangevoerd met betrekking tot de door de verdachte jegens hem gepleegde handelingen, door hem als “stalking” omschreven, stond het het Openbaar Ministerie op dat moment vrij tot vervolging over te gaan. Hetgeen de raadsman heeft aangevoerd levert naar het oordeel van het hof geen beletsel op voor het Openbaar Ministerie om tot vervolging over te gaan. Het verweer wordt verworpen.”
-vele malen SMS-berichten naar het toestel van [betrokkene] gezonden, en
-vele malen telefonisch contact gezocht met [betrokkene] , en
-vele malen diverse brieven gestuurd naar het emailadres van [betrokkene] , en
-via de media berichten over [betrokkene] verspreid, en
-zich meermalen opgehouden in/bij de woning van [betrokkene] .”
Anders dan de raadsman is het hof van oordeel dat het ten laste gelegde handelen wel degelijk valt onder het strafrechtelijk begrip "stalking". Bezien in het licht van de correspondentie in december 2010 en het gesprek op neutraal terrein eind december 2010 waarin [betrokkene] aan de verdachte ondubbelzinnig te kennen gaf dat "het kind haar probleem was", en de mededeling van [betrokkene] per mail van 30 december 2010 inhoudende dat de verdachte moet stoppen met het versturen van sms-berichten en hem via de mail alleen op de hoogte moet houden van hoe het met haar (de verdachte) ging, is het hof van oordeel dat bewezen is dat de pleegperiode is aangevangen op 30 december 2010. [betrokkene] was voldoende duidelijk in zijn afwijzing van contact met de verdachte anders dan per email en dan enkel ten aanzien van hoe het met haar ging, maar de verdachte heeft niet willen luisteren maar haar eigen wens tot (veel verdergaand) contact kost wat kost willen doordrukken. Anders dan de raadsman heeft bepleit is het hof van oordeel dat de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van [betrokkene] zodanig zijn geweest dat - ook objectief bezien- sprake is geweest van een stelselmatige inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer zoals in de aangifte ook is verwoord. Het hof verwijst naar de inhoud van de voor het bewijs gebezigde sms-berichten, naar het - onmiskenbaar grote - aantal sms-jes dat is verzonden en de intensiteit van de pogingen telefonisch contact te maken. Daaraan kwam pas een eind door een externe oorzaak namelijk doordat [betrokkene] een ander telefoonnummer nam dat de verdachte niet heeft kunnen achterhalen. Ook wijst het hof op de aanwezigheid van de verdachte bij en in de woning van [betrokkene] op 20 januari 2011 en 19 mei 2011 en op haar medewerking aan een artikel in het weekblad Privé waarbij zij wist dat zij daardoor [betrokkene] die in de mediawereld bekendheid geniet, in een zeer ongemakkelijke positie bracht. Het hof gaat ervan uit dat de verdachte daarmee enkel de bedoeling kan hebben gehad [betrokkene] tegen zijn uitdrukkelijke wens in te dwingen de rol te vervullen die zij voor ogen had voor de verwekker van haar kind op de wijze zoals zij dat wilde. De verdachte heeft uitdrukkelijk geweigerd in te gaan op het aanbod van [betrokkene] om via een tussenpersoon in gesprek te gaan. Dat het handelen van de verdachte mogelijk is beïnvloed door haar psychische gesteldheid tijdens een moeilijke zwangerschap doet niet af aan de stelselmatige inbreuk die de verdachte daarmee op de persoonlijke levenssfeer van [betrokkene] heeft gemaakt, nog daargelaten dat de verdachte zelf ook heeft kenbaar gemaakt die inbreuk bewust te hebben gemaakt teneinde [betrokkene] uit te schelden en hem te dwingen aan haar en het op komst zijnde kind aandacht te geven. Het verweer wordt gelet op het voorgaande en onder verwijzing naar de inhoud van de bewijsmiddelen verworpen.”
Een geschrift, zijnde een fotokopie van een artikel in het weekblad Privé van 9 november 2011, met berichtgeving over [betrokkene] waaraan de verdachte blijkens de inhoud van het artikel en de daarbij geplaatste foto’s (waarop verdachte en haar dochtertje te zien zijn) haar medewerking heeft verleend.
derde middelbehelst een klacht over de bewezen verklaarde periode ten aanzien van feit 2. Uit de bewijsmiddelen kan volgens de steller van het middel niet worden afgeleid dat de belaging is aangevangen op 30 december 2010.