ECLI:NL:PHR:2016:1095
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verwerping psychische overmacht en weigering voeging bewijsstuk in hennepkwekerijzaak
De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld wegens medeplichtigheid aan hennepkwekerij, verboden handelen op grond van de Opiumwet en medeplichtigheid aan diefstal van elektriciteit. In hoger beroep voerde de verdediging psychische overmacht aan, stellende dat de verdachte onder druk stond van derden om zijn pand beschikbaar te stellen voor de hennepkwekerij. Het hof verwierp dit verweer omdat onvoldoende aannemelijk was dat sprake was van zodanige dwang dat de verdachte daaraan geen weerstand kon bieden. De verdachte had immers onderhandeld over de omvang van de kwekerij en erkende het verbod op hennepkwekerijen.
Daarnaast verzocht de verdediging om een niet-Nederlandstalige aangifte in het dossier te voegen, die volgens hen tegenstrijdigheden in verklaringen zou aantonen. Het hof wees dit verzoek af met de motivering dat de inhoud niet in het Nederlands was. De Hoge Raad oordeelde dat deze motivering onvoldoende was en dat het hof de beginselen van een behoorlijke procesorde had miskend. Echter, omdat de verdediging niet had toegelicht welk belang zij bij cassatie aan dit stuk hechtte, werd het middel niet-ontvankelijk verklaard.
Ten slotte klaagde de verdediging over het gebruik van een verklaring van de verdachte als bewijsmiddel, maar de Hoge Raad stelde vast dat het hof deze verklaring slechts deels aannam en de kern van het bewijs onomstreden was. De middelen faalden of konden wegens gebrek aan belang niet tot cassatie leiden, waardoor het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang; veroordeling verdachte blijft in stand.