Conclusie
Zitting: 29 juni 2016 conclusie inzake
Parket bij de Hoge Raad
Verzoekster was toegelaten tot de schuldsaneringsregeling (WSNP) bij vonnis van 4 april 2013. Na afwijzing van een verzoek tot tussentijdse beëindiging in 2014, beëindigde de rechtbank de regeling op 23 december 2015 wegens boedelachterstand, nieuwe schulden en schending van de inlichtingenplicht. Verzoekster ging in hoger beroep, maar haar beroepschrift bevatte slechts summiere gronden en een toezegging deze later aan te vullen.
Het hof ’s-Hertogenbosch hield de zaak aan, maar verklaarde verzoekster bij arrest van 14 april 2016 niet-ontvankelijk omdat de gronden van het beroep ontbraken en de aanvulling te laat was ingediend. Het hof oordeelde dat de boedelachterstand en nieuwe schulden voldoende grond vormden voor tussentijdse beëindiging. Verzoekster had ook onvoldoende voldaan aan haar informatieplicht.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep af. Het hof heeft terecht geoordeeld dat het beroepschrift geen deugdelijke gronden bevatte en dat de latere aanvulling niet tijdig was. De klachten van verzoekster over de ontvankelijkheid en inhoudelijke beoordeling falen. De tussentijdse beëindiging van de WSNP blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep van verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens blanco beroepschrift en te late aanvulling van gronden.