Conclusie
2.Partijaanduiding
3.Ontvankelijkheid
4.Bespreking van onderdeel 1a van het cassatiemiddel
verschenengedaagde” (curs. W-vG) en dit onderscheid is vervolgens uitgewerkt in het derde lid dat bepaalt vanaf wanneer eiser en gedaagde het griffierecht verschuldigd zijn.
of hij al dan niet is verschenen— griffierecht verschuldigd. Het zou, naar het oordeel van de ondergetekende, te ver voeren om te differentiëren in de zaken, waarin de eiser wèl of niet is verschenen. Dit zou weer extra controle eisen; zulks terwijl eiser het in eigen hand heeft — door tijdig zijn eis in te trekken — om geen recht verschuldigd te zijn.”