Conclusie
1.Inleiding, feiten en procesverloop
2.Bespreking van de cassatiemiddelen
subonderdeel 2.1.1, onder I t/m V, veronderstellen dat de bewijslast ten aanzien van (het ontbreken van) de draagkracht bij de man op de man rust. Zij lenen zich voor gezamenlijke behandeling.
subonderdeel 2.1.2gericht (subonderdeel 2.1.1, onder VI en VII bespreek ik hierna).
subonderdeel 2.1.1, onder VImiskent het hof dat de op de vrouw rustende bewijslast ziet op van feiten en omstandigheden die tot het exclusieve domein van de man behoren, zodat aan haar bewijsaanbod ten aanzien van het inkomen van de man geen hoge eisen mogen worden gesteld.
subonderdeel 2.1.3maakt het hof zich in rov. 9 schuldig aan een verboden bewijsprognose door als het ware een voorschot te nemen op wat de getuigen mogelijk al dan niet kunnen verklaren. Deze klachten lenen zich voor gezamenlijke behandeling.
.10. Het bevat allereerst een op onderdeel 2.1 voortbouwende klacht dat het lot van dit onderdeel volgt.
Subonderdeel 2.3.1bouwt voort op de onderdelen 2.1 en 2.2 en moeten daarom eveneens falen.
subonderdeel 2.3.2betoogt, zijn de oordelen in rov. 10 en 11 niet innerlijk tegenstrijdig. Het hof heeft geoordeeld dat de man, voor zover het de ten tijde van het opzeggen van zijn dienstbetrekking reeds bestaande alimentatieverplichtingen betrof, niet in strijd met de belangen van (onder meer) de zoon heeft gehandeld nu de man de alimentatieverplichtingen jegens de zoon en dochter is blijven nakomen. Voor zover de man op grond van zijn – door opzegging van zijn betrekking verlaagde – inkomen om verlaging van de alimentatieverplichting heeft verzocht, heeft het hof geoordeeld dat de inkomensvermindering wel aan de man verwijtbaar is en de verzochte verlaging geweigerd.
subonderdeel 2.3.3) maakt dit niet anders. De man heeft immers gesteld dat zijn nieuwe partner een inkomen heeft van omgerekend ongeveer € 20.000 per jaar [15] en het hof heeft niet vastgesteld dat de vrouw een vergelijkbare draagkracht heeft (nog afgezien van eventuele verschillen in behoefte). Mogelijk heeft het hof in het internationale karakter van de zaak een reden gezien om complicaties te voorkomen door de draagkracht en de daaruit resulterende alimentatie voor de kinderen ineens vast te stellen, maar ook daaromtrent ontbreekt een overweging.
Subonderdeel 2.3.4is derhalve terecht voorgesteld. Hetzelfde geldt mijns inziens voor
subonderdeel 2.3.3voor zover dit onderdeel ziet de stellingen van de vrouw over het inkomen van de nieuwe partner van de man en gelezen moet worden in verbinding met subonderdeel 2.3.4.