ECLI:NL:HR:2009:BK1619
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Beoordeling motiveringsplicht rechter bij nabetaling alimentatie met terugwerkende kracht
De vrouw verzocht de rechtbank ’s-Gravenhage om de alimentatiebijdrage van de man voor hun kinderen met ingang van 1 oktober 2006 te verhogen. De rechtbank wees dit verzoek af, waarna de vrouw hoger beroep instelde bij het gerechtshof. Het hof vernietigde de afwijzing en stelde een lagere alimentatie vast met terugwerkende kracht voor de periode van 1 oktober 2006 tot 1 januari 2007 en daarna een nog lager bedrag.
De man stelde beroep in cassatie in tegen deze beschikking. De vrouw diende geen verweerschrift in. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat het uitgangspunt van de man omtrent de motiveringsplicht van de rechter bij nabetaling met terugwerkende kracht onjuist was en verwierp het beroep.
De Hoge Raad benadrukte dat de rechter bij het vaststellen van een lagere alimentatie of opschorting daarvan met terugwerkende kracht niet dezelfde behoedzaamheid hoeft te betrachten als bij een verlaging met ingang van een toekomstige datum. De overige klachten van de man faalden eveneens, zodat het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en de beschikking van het hof blijft in stand.