Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
verzoekom teruggaaf heeft ingediend in de zin van artikel 20, lid 1, tweede volzin, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: de AWR). Indien een dergelijk verzoek van de kant van belanghebbende niet aanwijsbaar is, zal deze naheffingsaanslag moeten worden vernietigd.
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
3.Het geding in cassatie
4.Wetgeving, wetsgeschiedenis, jurisprudentie en literatuur
5.Beschouwing en beoordeling
verzoekom teruggaaf heeft ingediend in de zin van artikel 20, lid 1, tweede volzin, van de AWR. Indien geen sprake is van een dergelijk verzoek van de kant van belanghebbende, dan moet de onderhavige naheffingsaanslag worden vernietigd.
verzoek, ten onrechte teruggaaf is verleend. [51]
ingevolge de belastingwetgedaan verzoek, ten onrechte of tot een te hoog bedrag, vrijstelling of vermindering van inhouding van belasting dan wel teruggaaf van belasting is verleend. [53] Na 1 januari 2010 is de zinsnede ‘ingevolge de belastingwet’ vervallen. [54] In zoverre is deze mogelijkheid om na te heffen verruimd. [55]
ingevolge de belastingwet. [57]
verzoekom teruggaaf indien een terugbetaling ‘niet buiten de wil van belanghebbende geschiedde.’