De zaak betreft een woninginbraak gepleegd op 17 maart 2012 te Delft, waarbij verdachte samen met drie anderen sieraden en geld heeft weggenomen uit een flatwoning. De verdachte werd aangehouden op het dak van het flatgebouw na vluchtpoging.
Het hof oordeelde dat sprake was van medeplegen, omdat verdachte en medeverdachten gezamenlijk en bewust samenwerkten bij het plegen van de inbraak, ondanks dat niet vaststond wie welke feitelijke handelingen verrichtte. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en verwijst naar het overzichtsarrest over medeplegen dat een nauwe en bewuste samenwerking vereist.
De verdediging stelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat verdachte nauwe samenwerking had met de medeverdachten, maar dit werd door de Hoge Raad verworpen. Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn in cassatie met ruim twee maanden was overschreden, waardoor de strafvermindering passend is.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en vermindert de straf in een passende mate, terwijl het cassatieberoep voor het overige wordt verworpen.