Conclusie
2.Bespreking van de cassatiemiddelen
eerste onderdeelvan het middel klaagt dat het hof “te gemakkelijk” over [eisers] “behoorlijk in het geding gebrachte klacht” over de vaststelling van de beloning van [verweerder] voor diens gemaakte uren is “heengestapt”, nu op geen enkele wijze blijkt dat het hof “enig gewicht” heeft toegekend aan de omstandigheid dat er geen vergoeding van arbeidsuren was overeengekomen en was volstaan met de afspraak dat beide partijen 50% van de winst zou toekomen.
tweede onderdeelvan het middel klaagt dat de rechtbank en het hof bij de beslissing over de verdeling van de gemeenschap de grenzen van de redelijkheid en billijkheid hebben overschreden, omdat “het gevolg daarvan is dat [verweerder] over de desbetreffende periode een loon van plm. 50.000 euro is toegekend welke door partijen geenszins beoogd was en welke op basis van rationele overwegingen met betrekking tot de mogelijkheden tot uitbetaling aan een ondernemer in de periode van aanvang van een onderneming ook in redelijkheid niet te rechtvaardigen valt”.