Conclusie
derde middelkeert zich namelijk tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het door hem ingestelde hoger beroep ten aanzien van de hierboven onder 1 genoemde feiten en klaagt dat het hof door toepassing te geven aan art. 416, tweede lid, Sv blijkt heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting. In aansluiting daarop klaagt het
eerste middel, bezien in samenhang met de toelichting daarop, dat het hof blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door de straf voor de feiten 1 en 2 met toepassing van art. 423, vierde lid, Sv te bepalen. In het licht van deze beide middelen dient te worden opgemerkt, aldus de steller van de middelen, dat namens de verdachte geen beperkt hoger beroep op de voet van art. 407, tweede lid, Sv is ingesteld en evenmin het beroep nadien gedeeltelijk is ingetrokken op de wijze als voorzien in de artikelen 453 en 454 Sv. Het derde en het eerste middel lenen zich voor gezamenlijke bespreking.
Omvang van het hoger beroep
NJ2013/531 m.n. Mevis met betrekking tot het wettelijk systeem, zoals dat luidt sinds de inwerkingtreding van de Wet stroomlijnen hoger beroep, het volgende overwogen:
tweede middelklaagt over de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij voor zover die toewijzing het bedrag van € 680,87 te boven gaat.
Stb. 2010, 1) en is op 1 januari 2011 in werking getreden. Het eerste en het derde lid van art. 51f Sv luiden gelijk aan art. 51a Sv (oud), welke bepaling eertijds bij de zogenoemde Wet-Terwee [5] in het Wetboek van Strafvordering is opgenomen. [6] Ingevolge art. IX, eerste lid, van de Wet-Terwee is art. 51a (oud) Sv niet van toepassing op strafbare feiten die zijn begaan vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet-Terwee. [7] De Wet-Terwee is eerst in de toenmalige arrondissementen 's-Hertogenbosch en Dordrecht in werking getreden op 1 april 1993 [8] en vervolgens landelijk op 1 april 1995. [9]
f1.500,-) zijnde het toentertijd ingevolge art. 56 (oud) RO ten hoogste toegestane bedrag van de door de beledigde partij te vorderen schadevergoeding. [10]