ECLI:NL:PHR:2016:1475
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad wijst herzieningsverzoek af inzake onregelmatige geuridentificatieproeven
In deze zaak verzocht de aanvrager om herziening van een onherroepelijke veroordeling wegens meerdere diefstallen en inbraken, waarbij geuridentificatieproeven een rol speelden in het bewijs. De geurproeven waren uitgevoerd door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland en de interregionale speurhondendienst geuridentificatie, waarbij onregelmatigheden in de uitvoering werden vastgesteld.
De Hoge Raad herhaalt eerdere jurisprudentie dat geuridentificatieproeven die niet volgens protocol zijn uitgevoerd, niet als betrouwbaar bewijs kunnen worden beschouwd. Echter, in deze zaak concludeert de Hoge Raad dat de rechtbank de aanvrager ook zonder de resultaten van de geurproeven op basis van ander bewijsmateriaal, zoals schoensporen, modus operandi, en waarnemingen van verbalisanten, tot een veroordeling had kunnen komen.
De Hoge Raad oordeelt dat er geen ernstig vermoeden bestaat dat de rechtbank de aanvrager zou hebben vrijgesproken indien de geurproeven buiten beschouwing waren gelaten. Daarom wordt het herzieningsverzoek ongegrond verklaard en afgewezen.
De zaak betreft feiten uit 2005, waaronder fietsendiefstallen en meerdere kerkinbraken, waarbij het bewijs bestond uit een combinatie van geurproeven, schoensporen, aangetroffen inbrekersgereedschap, en gedragingen van de verdachte. De Hoge Raad bevestigt hiermee de geldende maatstaven voor het gebruik van geuridentificatieproeven in het strafproces.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek wordt ongegrond verklaard en afgewezen; de veroordeling blijft gehandhaafd.