Conclusie
"1.
subsidiair
meer subsidiair
"Vrijspraak
feit 1 primair en subsidiairbetreft stelt het hof voorop dat het geen geloof hecht aan de verklaringen van aangever voor zover daarin gesproken wordt van geweld of verbale dreigingen van de kant van verdachte en de medeverdachte.
het onder 1 meer subsidiair tenlastegelegdeevenmin bewezen. In het bijzonder is niet bewezen dat [slachtoffer 1] door het gebruik van de vermelde oplichtingsmiddelen is bewogen tot het afsluiten van de telefoonabonnementen. Hij heeft zelf verklaard dat hij daartoe is gebracht door geweld of bedreiging met geweld, maar het hof acht het gebruik van die middelen niet bewezen. Ook uit de verklaringen van de verdachte kan het causaal verband tussen het afsluiten van de telefoonabonnementen en het gebruik van de in de tenlastelegging vermelde middelen niet worden afgeleid.
2 primairbetreft stelt het hof vast dat de gang van zaken — kort gezegd — als volgt is geweest.
feit 3 primair en subsidiairbetreft stelt het hof vast dat aangeefster wisselend heeft verklaard over de gang van zaken. Het hof acht niet bewezen dat er sprake is geweest van geweld of bedreiging met geweld dan wel met andere feitelijkheden. Aangeefster had geld nodig. Zij heeft op basis van aanwijzingen van de verdachte en zijn medeverdachte op één dag, vergezeld van de verdachten dan wel één van hen, een tweetal telefoonabonnementen afgesloten en de telefoons aan hen gegeven. Zij heeft hier ook geld voor gekregen.
het meer subsidiair tenlastegelegdeevenmin bewezen.
feit 4 primairbetreft acht het hof niet bewezen dat aangever door verdachte onder invloed van drugs is gebracht noch dat aangever onder invloed van drugs was toen hij op aanwijzingen en met begeleiding van verdachte op éën dag twee telefoonabonnementen heeft afgesloten. Wel heeft verdachte tegen aangever gezegd dat hij geen rekening zou krijgen. Aangever heeft de telefoons aan verdachte gegeven, die ze vervolgens heeft verkocht. Aangever heeft een deel van de opbrengst ontvangen.
feit 5 primairbetreft: verdachte heeft de aangeefsters gevraagd of zij wat wilden verdienen. Deze zijn daarop ingegaan, nadat hen is verteld wat zij zouden moeten doen en dat zij geen rekening zouden ontvangen. Zij hebben elk een drietal telefoonabonnementen afgesloten en de telefoons aan de verdachten afgegeven. Aangeefsters hebben geen geld ontvangen.
feit 6 primairbetreft stelt het hof vast dat verdachte aangeefster vertelde dat zij geld kon verdienen door telefoonabonnementen af te sluiten en de bijbehorende telefoons aan hem af te geven. Hij zou ze verkopen. Zij heeft op één dag drie abonnementen afgesloten en op een tweede dag gepoogd nog een abonnement af te sluiten. Zij heeft van verdachte geld gekregen.
het subsidiair tenlastegelegdeevenmin bewezen. In het bijzonder is niet bewezen dat er sprake is van een samenweefsel van verdichtsels waardoor aangeefster bewogen zou zijn, nu niet méér is komen vast te staan dan dat haar gezegd is dat ze op zeer eenvoudige wijze geld zou kunnen verdienen door telefoonabonnementen op haar naam te zetten."